Klachtenwebsite kan moeilijker adverteren

Ruim anderhalf jaar geleden publiceerde ik op deze website een bericht waarin ik melding maakte van een uitspraak van de rechtbank ’s Gravenhage waaruit blijkt dat niet-woordmerkhouders soms ook gebruik kunnen maken van een geregistreerd woordmerk in Google Adwords. Klachtenwebsites mogen dat echter niet, zo blijkt uit een uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 26 februari 2009.(1)

Een klant van vermogensbeheerder Wijs & Van Oostveen B.V. heeft (een deel van) zijn vermogen belegd in Dutch Power Notes X. Dit beleggingsproduct is destijds uitgegeven door de Amerikaanse bank Lehman Brothers Treasury Co. B.V. Dit bedrijf heeft op 15 september 2008 in de Verenigde Staten Chapter 11 aangevraagd, de Amerikaanse variant op de surseance van betaling, als gevolg waarvan er niet meer gehandeld kon worden in het beleggingsproduct. Op 8 oktober 2008 is Lehman Brothers failliet verklaard, waardoor de klant vermogensschade heeft opgelopen.

Om zijn persoonlijke verhaal te kunnen doen, registreerde de klant op 2 oktober 2008 een tweetal domeinnamen, waarbij de naam van de vermogensbeheerder in de domeinnaam voorkwam. De website bleef niet onopgemerkt, want begin december werd de klant door de vermogensbeheerder per brief uitgenodigd voor een gesprek. Daarnaast werd hij gesommeerd om - voor het geval het niet tot een gesprek zou komen - binnen een week de websites te verwijderen en niet opnieuw op negatieve wijze de publiciteit te zoeken. De sommering werd op 18 december 2008 en 6 januari 2009 nog eens herhaald. Ondertussen had de klant samen met zijn vader de Stichting Hulp Gedupeerden opgericht, aan wie de domeinnamen op 31 december 2008 zijn overgedragen. Begin 2009 zijn nog twee domeinnamen geregistreerd, waarvan er één wederom de naam van de vermogensbeheerder bevatte en zijn de eerste twee domeinnamen in onbruik geraakt. Om meer mensen kennis te laten nemen van zijn ervaring heeft de stichting het woordmerk van de vermogensbeheerder als Google Adword gebruikt voor de website van de stichting.

De domeinnamen

Mag een particulier of een stichting een domeinnaam claimen met daarin het woordmerk dat door een ander is geregistreerd? De rechtbank meent dat dit in gevallen als het onderhavige niet mag. In rechtsoverweging 4.5 stelt hij vast dat het
geregistreerd houden van een domeinnaam onder het gebruik van een merk valt, zodat op deze grond sprake is van een merkinbreuk op grond van artikel 2:20 lid 1 sub d BVIE. Dat het gebruik van de domeinnaam (tijdelijk) is gestaakt, doet daaraan niets af.

Woordmerk als Adword

Ook het gebruik van het woordmerk van de vermogensbeheerder als Google Adword door de stichting wordt door de rechtbank onrechtmatig geacht. Ter motivering legt de rechtbank slechts uit dat de advertentie een link legt naar een website op een domeinnaam waarin het woordmerk van de vermogensbeheerder is gebruikt. Zou dit oordeel anders zijn geweest indien de advertentie was gelinkt aan de domeinnaam van de stichting waarin het woordmerk van de onderneming niet voorkwam?

Analyse

Wie ontevreden is over een product dat hij heeft aangeschaft, mag daarover publiceren. De vrijheid van meningsuiting is een fundamenteel recht. Hij moet er echter rekening mee houden dat ook de verkoper van het product - of het nu de fabrikant, de importeur of de winkel is - een fundamenteel recht heeft, namelijk een fundamenteel recht op bescherming van de eer en goede naam van de onderneming. Een persoonlijk verhaal waarin iemand zijn frustratie uit over zijn ervaringen met een onderneming of een product en weergeeft wat zijn persoonlijke indruk is - zoals in deze casus het geval is - hoeft niet direct een onrechtmatige uitlating op te leveren. Dat was het in dit geval ook niet. Maar naast het van zich afschrijven van frustraties hebben klagers die een website openen om hun klacht publiekelijk kenbaar te maken natuurlijk ook een ander doel: mensen waarschuwen. Dat kan alleen als mensen de website kunnen vinden. Adverteren is daarbij tegenwoordig op internet een betaalbaar middel om dit doel te bereiken. Alleen daarom al is het jammer dat de rechtbank haar oordeel over het gebruik van het woordmerk als Google Adword zo beknopt heeft geformuleerd. Nu blijft het gissen of het gebruik van het woordmerk op zichzelf de doorslag heeft gegeven of toch - wat de tekst doet vermoeden - de domeinnaam waarnaar de link in de advertentie verwees. Het eerste zou een serieuze belemmering betekenen voor klachtenwebsites, omdat het object van de klacht dan niet meer genoemd zou mogen worden waardoor gericht adverteren onmogelijk wordt. De tweede uitleg houdt ook een beperking in, maar deze beperking zou minder substantieel zijn. Vooralsnog houd ik het erop dat deze uitspraak zo uitgelegd moet worden dat een advertentie met een link naar een domeinnaam die een merkinbreuk oplevert zelf ook onrechtmatig is.

Voetnoten

1
Rb. Amsterdam 26 februari 2009 DomJur 2009-438. Ook te raadplegen als LJN BH4229.