Herstelsancties en de evenredigheidsnorm uit art. 3:4 Awb

Bij de beoordeling van een last onder dwangsom bestaat geen aanleiding voor de, bij punitieve sancties passende, indringende toetsing aan de in artikel 3:4, tweede lid, Awb besloten liggende evenredigheidsmaatstaf, ook niet wat betreft de hoogte van de dwangsom.

De Pensioen- & Verzekeringskamer heeft op 12 juli 2001 een last onder dwangsom opgelegd aan Stichting Furness Pensioenfonds I, Stichting Furness Pensioenfonds II en Stichting Furness Pensioenfonds III op grond van artikel 23a van de Pensioen- en Spaarfondsenwet. Deze last hield in dat zo spoedig mogelijk alsnog bij de Pensioen- & Verzekeringskamer de door een accountant gewaarmerkte staten over het kalenderjaar 2000 alsmede de bijbehorende accountantsverklaring en een bestuursverklaring moesten worden ingediend. Werd dit niet binnen drie weken gedaan, dan zouden de pensioenfondsen ƒ 3.000,-  (€ 1.361,34) verbeuren en elke daarop volgende week nog ƒ 1.000,-  (€ 453,78)  met een maximum van ƒ 20.000,-.(1)

Geen indringende toetsing

De hoogte van de opgelegde dwangsom moet evenredig zijn met de overtreding. Dat stond in artikel 5:32 lid 4 Awb en staat nog nu in artikel 5:32b lid 3 Awb. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven stelt daarbij, net zoals de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State,(2) voorop dat het opleggen van een last onder dwangsom een handhavingsmaatregel betreft die geen verdergaande strekking heeft dan het bewerkstelligen van hetgeen uit de juiste toepassing van bij of krachtens de wet gestelde voorschriften voortvloeit. Het opleggen van een dwangsom is niet te beschouwen als het toebrengen van een verdergaande benadeling dan die welke voortvloeit uit het enkel doen naleven van de bedoelde voorschriften. De maatregel kan dan ook niet worden aangemerkt als een punitieve sanctie, zodat geen aanleiding bestaat voor de, bij punitieve sancties passende, indringende toetsing aan de in art. 3:4, tweede lid, Awb besloten liggende evenredigheidsmaatstaf, ook niet wat betreft de toetsing van de hoogte van het bedrag waarop de dwangsom is vastgesteld.(3)

Naschrift

Artikel 5:32b lid 3 Awb biedt het bestuursorgaan ruimte voor een bestuurlijke afweging van belangen bij het bepalen van de hoogte van de dwangsom. De rechter toetst de wijze waarop een bestuursorgaan gebruik heeft gemaakt van deze beoordelingsvrijheid terughoudend.

Voetnoten

1
ƒ is het teken voor florijn, oftewel gulden. De gulden is de betaaleenheid welke in Nederland gold voor de invoering van de euro. Eén euro was destijds 2,20371 gulden waard.
2
ABRvS 19 september 1996, AB 1997, 91.
3
CBB 4 september 2009, LJN AL1832.