Hacken mailbox in het algemeen belang

Naar aanleiding van het gehackte e-mailaccount van de Amerikaanse republikeinse presidentskandidaat Sarah Palin, wilde het blad Revu aandacht vragen voor de kwetsbaarheid van het e-mailverkeer van bewindslieden. Dat deed het op journalistiek zeer zorgvuldige wijze. Daarom was de eindredacteur van het blad daarvoor niet strafbaar.

In het eindejaarsnummer 2008 van het tijdschrift Revu is een artikel verschenen waarin wordt aangegeven dat, én op welke (onrechtmatige) wijze, door een hacker toegang is verkregen tot de privémailbox van de staatssecretaris van het Ministerie van Defensie: Jack de Vries. De opdrachtgever van de hack, de hoofdredacteur van het tijdschrift, is wegens het feitelijk leidinggeven aan computervredebreuk (Art. 51 jo. 138a Sr) strafrechtelijk vervolgd.

Het doel van de computervredebreuk

De e-mailbox van de staatssecretaris is tussen 1 oktober 2008 en 16 december 2008 gehackt. Op 17 december 2008 heeft de hoofdredacteur van het tijdschrift de staatssecretaris hiervan op de hoogte gesteld. Met deze actie wilde het tijdschrift aandacht vragen voor de beveiliging van het mailverkeer van bewindslieden.

Hoofdredacteur geeft feitelijk leiding

Omdat de hoofdredacteur op de hoogte is geweest van de opdracht aan de hacker en daarnaast als hoofdredacteur eindverantwoordelijk is voor alle artikelen die door de redactie geplaatst worden in het tijdschrift, valt hij aan te merken als degene die feitelijk leiding heeft gegeven aan het plegen van het feit. Blijft de vraag echter: is hij ook strafbaar?

Hacken voor journalistieke doeleinden

De redactie van het tijdschrift wilde een belangrijke maatschappelijke kwestie aan de orde te stellen door de kwetsbaarheid van het e-mailverkeer van bewindslieden aan te tonen. De politierechter moest daarom onderzoeken of het plegen van de computervredebreuk met geen ander oogmerk dan het langs journalistieke weg aan de orde stellen van een maatschappelijk probleem, zodanig onderdeel uitmaakt van voormelde publicatie dat een strafvervolging verdachte belemmert in die vrijheid van meningsuiting. Daarbij overwoog de rechter: De politierechter wil wel aannemen dat, om effect te sorteren, feitelijke onderbouwing noodzakelijk is. De vraag is dan of verdachte voor een minder verstrekkend alternatief had kunnen kiezen. Van een dergelijk alternatief is de politierechter ten aanzien van de verweten computervredebreuk (feit 1), echter niet gebleken.(1) De suggestie van de Officier van Justitie dat ook een fictief e-mailaccount gehackt had kunnen worden, werd door de rechter terzijde geschoven. Dit zou immers beduidend minder journalistieke waarde en dus ook minder gevolgen hebben dan wanneer het daadwerkelijk gaat om de privé emailbox van een bewindspersoon. Strafvervolging voor computervredebreuk was naar het oordeel van de politierechter dan ook in strijd met het in artikel 10 van het EVRM neergelegde recht op vrijheid van meningsuiting zodat ontslag van alle rechtsvervolging diende te volgen.

Geen algemeen publiek belang voor backup

Met het slagen van de hackpogingen was het journalistieke doel echter bereikt. Voor het maken van een backup van alle e-mails die de staatssecretaris ontving en verzond kon volgens de rechter geen rechtvaardiging gevonden worden in het algemene publieke belang, zodat strafvervolging met betrekking tot dit feit verdachte niet belemmert in de in artikel 10 EVRM neerlegde vrijheid van meningsuiting. Van een hoofdredacteur van een tijdschrift mag, aldus de rechter, verwacht worden dat hij de grenzen van hetgeen ook in journalistiek opzicht toelaatbaar is, scherp voor ogen heeft en in acht neemt. Met het maken van een backup werden die grenzen zondermeer overschreden. Terzake hiervan werd de hoofdredacteur een geldboete van 450 euro opgelegd.

Voetnoten

1
Rb. 's-Gravenhage 23 november 2009 LJN BK4065.