Het bestanddeel ‘ruchtbaarheid geven’

Met ‘ruchtbaarheid geven’ in artikel 261 van het Wetboek van Strafrecht wordt bedoeld dat de uitlating in het openbaar is gedaan of met het kennelijke doel de uitlating ter kennis van het publiek te brengen. Dit blijkt uit een arrest van de Hoge Raad dat op 22 januari 1965 door de civiele kamer gewezen is.

Mevrouw Y heeft meneer X voor de civiele rechter gedaagd, omdat meneer X zich in 1961 tegenover de directeur van het gemeentemuseum te Arnhem ondermeer zou hebben laten ontvallen dat Y: zich lesbisch heeft gedragen, met mannen naar bed gaat, betrokken is geweest bij de handel in verdovende middelen en leidster of bewaakster in een concentratiekamp is geweest. Hij heeft deze uitlatingen in een gesprek met vertrouwelijk karakter tegenover de directeur van het gemeentemuseum gedaan in een poging v.d. M. – een kennis van de museumdirecteur – voor een te snelle huwelijksvoltrekking met Y te waarschuwen. Heeft X zich, nu het zijn doel was dat het huwelijk van de heer v.d.M. met Y geen doorgang zou vinden, schuldig gemaakt aan smaad?

Ruchtbaarheid geven als in art. 261 Sr

X heeft zijn uitlatingen tegenover de directeur van het gemeentemuseum gedaan, omdat hij hoopte dat de gedane mededelingen ter ore van v.d. M. zouden komen, ten einde v.d. M – die inmiddels verloofd was met Y – voor een onberaden in het huwelijk treden met Y te behoeden. Is er in zo’n situatie sprake van ‘ruchtbaarheid geven’ als bedoeld in artikel 261 van het Wetboek van Strafrecht? De Hoge Raad meent in haar standaard-arrest van 22 januari 1965 van niet: dat bij de totstandkoming van het Wetboek van Strafrecht, nadat in het oorspronkelijke Regeringsontwerp als kenmerk van het misdrijf van smaad was gesteld telastlegging in tegenwoordigheid van, of door opvolgende mededeling, aan twee of meer personen, de Kamercommissie, uitgaande van het kenmerk der openbaarheid, zonder verder te willen gaan dan mede de zogenaamde kruipende laster te treffen, als criterium van strafbaarheid het oogmerk van publiciteit heeft aanbevolen en voorgesteld heeft te lezen: ‘in het openbaar of met het kennelijke doel om het ter kennisse van het publiek te brengen’ (of wel: ‘om daaraan ruchtbaarheid te geven’; dat de Minister, de laatstgemelde zinsnede overnemende, de redactie in die van het tegenwoordige art. 261 Sr. heeft gewijzigd;(1)

Naschrift

Met de zinsnede om daaraan ruchtbaarheid te geven van artikel 261 van het Wetboek van Strafrecht wordt bedoeld: in het openbaar of met het kennelijke doel om het ter kennis van het publiek te brengen. Het arrest werd nu bijna 45 jaar gewezen, maar is nog altijd van belang. Zo weten we inmiddels dat de enkele omstandigheid dat er een brief is gestuurd naar de burgemeester, nog niet met zich meebrengt dat er ruchtbaarheid aan feiten is gegeven. Ook het publiceren van feiten op een – alleen voor Hyves-vrienden toegankelijke – persoonlijke profielpagina op de sociale netwerksite Hyves valt niet onder het bestanddeel ruchtbaarheid geven van artikel 261 Sr, omdat een dergelijk afgesloten profiel niet openbaar is.

Voetnoten

1
HR 22 januari 1965 NJ 1965, 131.