Het publiek voor smadelijke opmerkingen

Het bestanddeel ‘ruchtbaarheid geven’ van het delict smaad houdt in dat feiten ter kennis van het publiek gebracht moeten zijn, waarbij dit publiek moet bestaan uit een bredere kring van betrekkelijk willekeurige derden.

Een man en een vrouw hadden een relatie waaruit een kind geboren is: een dochter. De man kreeg een nieuwe relatie, maar deze relatie hield niet lang stand. Op 24 juni 2003 heeft zijn ex-vriendin uit Den Haag de moeder van zijn kind een anonieme brief gestuurd, waarin zij erop zinspeelde dat de man ontuchtige handelingen pleegde met zijn minderjarige dochter. Hij zou zich door zijn minderjarige dochter onder andere zuigzoentjes laten geven en haar met zijn piemel laten spelen.

Het publiek voor art. 261 Sr

Het gerechtshof achtte bewezen dat de ex-vriendin uit Den Haag erop uit was de band van de man met diens dochter en de moeder van de dochter ernstig te beschadigen door feiten en, naar zij zegt, verhalen van de aangever in een ontuchtig daglicht te stellen tegenover de moeder van aangevers dochter . Maar was er ook sprake van feitelijk ruchtbaarheid geven aan feiten als bedoeld in artikel 261 van het Wetboek van Strafrecht? De Hoge Raad meent van niet. Onder ‘ruchtbaarheid geven’ wordt verstaan het ter kennis van het publiek brengen en met zodanig publiek is een bredere kring van betrekkelijk willekeurige derden bedoeld.(1) Nu de brief alleen aan de ex-vriendin is verstuurd, was daarmee niet voldaan aan het bestanddeel ‘ruchtbaarheid geven’ en is de verdachte uiteindelijk niet wegens smaad veroordeeld.

Naschrift:

Deze uitspraak legt uit wat de Hoge Raad op 22 januari 1965 (NJ 1965, 131) bedoelde met het criterium dat van ‘ruchtbaarheid geven’ sprake is als feiten in het openbaar of met het kennelijke doel om het ter kennis van het publiek te brengen zijn gedaan. Met het woord publiek wordt een bredere kring van betrekkelijk willekeurige derden bedoeld.

Voetnoten

1
HR 8 juli 2008 NJ 2008, 430 ro. 3.3 . Ook: LJN BC9186.