Art. 19e lid 3 Wav bevatte een termijn van orde

De in artikel 19e, derde lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (hierna ook: Wav) genoemde termijn waarbinnen een geconstateerde overtreding van deze wet tot een boete kan leiden, is een termijn van orde. Uit de wetsgeschiedenis van deze bepaling blijkt dat overschrijding van de termijn niet met zich meebrengt dat het bestuursorgaan niet (langer) bevoegd zou zijn een boete op te leggen.

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de eigenaren van een Chinees restaurant op 6 november 2007 een boete opgelegd van €16.000,- wegens het overtreden van de Wet arbeid vreemdelingen. Aanleiding voor de boete was een controle door een inspecteur van de Arbeidsinspectie, die op 14 november 2005 in het restaurant heeft plaatsgevonden. Bij deze controle zijn twee vreemdelingen van Indonesische nationaliteit gevonden die ter plaatse arbeid verrichtten in het restaurant, bestaande uit het bereiden van verschillende gerechten in de keuken en het bedienen van klanten in het gastengedeelte.

Termijnoverschrijding

De eigenaar van het restaurant was het niet eens met de boete en voerde in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State aan dat de boete niet is opgelegd binnen de destijds door artikel 19e lid 3 Wav voorgeschreven termijn van dertien weken na dagtekening van het boeterapport. Hij vroeg zich af of deze termijnoverschrijding niet met zich mee moest brengen dat de boete niet meer opgelegd mag worden.

Art. 19e Wet arbeid vreemdelingen
1 Een boete wordt opgelegd bij beschikking van de op grond van artikel 19a, eerste lid, aangewezen ambtenaar.
2 (...)
3 De beschikking wordt gegeven binnen dertien weken na dagtekening van het rapport, bedoeld in artikel 18b.
4 (...)
N.b.: Deze bepaling is per 1 juli 2009 vervallen.(1)

De Afdeling heeft weinig woorden nodig om het hoger beroep, althans voor wat betreft deze beroepsgrond, ongegrond te verklaren: Daartoe is redengevend dat uit de geschiedenis van de totstandkoming van deze bepaling (Kamerstukken II, 2003/04, 29 523, nr. 3, p. 18), blijkt dat die termijn een termijn van orde is, aan de overschrijding waarvan geen gevolgen zijn verbonden.(2)

Naschrift

Termijnen aan de zijde van het bestuursorgaan zijn vaker termijnen van orde, zodat overschrijding ervan geen al te nadelige consequenties voor hen heeft. Art. 6:2 aanhef en onder b van de Awb biedt belanghebbenden in zo’n geval wel de mogelijkheid om rechtsbescherming te zoeken tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Per 1 oktober 2009 is ook de ‘Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen’ in werking getreden, waarmee een nieuwe afdeling aan titel 4.1 van de Awb is toegevoegd: afdeling 4.1.3 Beslistermijnen dwangsom bij niet tijdig beslissen.(3) Deze afdeling maakt het mogelijk dat het bestuursorgaan een dwangsom verbeurt als het niet tijdig beslist op de aanvraag van een beschikking. Het niet op tijd nemen van besluiten kan dus wel gevolgen hebben voor het bestuursorgaan, maar de gevolgen zijn veelal lang niet zo desastreus als wanneer de burger een termijn overschrijdt. Termijnen waaraan de burger zich moet houden zijn immers veelal termijnen van openbare orde. Overschrijding van dergelijke termijnen heeft fatale gevolgen. Wie te laat is, hoeft niet op enige clementie te rekenen. Dat laatste is geen onwil van het bestuursorgaan. Het is geldend recht.

Voetnoten

1
Wet van 25 juni 2009 (Stb. 2009, 265).
2
ABRvS 9 december 2009, LJN BK5859.
3
Wet van 28 augustus 2009 (Stb. 2009, 383).