Weigeren homo-huwelijk toegestaan

Schalk en Kopf v. Oostenrijk

Lidstaten van de Raad van Europa mogen, gezien de verschillende sociale en culturele gevoelswaarden die het huwelijk in de diverse lidstaten heeft, zelf bepalen of zij het homo-huwelijk toestaan of niet. De mogelijkheid van adoptie mag daarnaast voorbehouden worden aan getrouwde koppels.

Meneer Schalk en meneer Kopf hebben een relatie met elkaar en zijn woonachtig in Wenen. Zij zouden graag met elkaar trouwen, maar de oosterijkse wetgeving staat een huwelijk tussen twee mensen met hetzelfde geslacht niet toe.(1) Volgens de heren is dit verbod in strijd met het recht te huwen (art. 12 EVRM) en het verbod van discriminatie (art. 14 EVRM). Daarom hebben zij op 5 augustus 2004 een klacht tegen Oostenrijk ingediend bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.

Recht te huwen

Voor het EHRM is dit de eerste keer dat zij gevraagd wordt zich uit te spreken over de vraag of het recht te huwen, zoals neergelegd in artikel 12 van het EVRM, ook ziet op huwelijken tussen mensen van hetzelfde geslacht. Eerder heeft het Hof al wel uitgesproken dat de weigering een POST-Op transseksueel te huwen in strijd kan zijn met de genoemde verdragsbepaling; namelijk in situaties waarin na de operatie een huwelijk tussen twee mensen met een ander geslacht ontstaat.(2) Hoewel de afzonderlijke woorden van artikel 12 EVRM zich niet tegen een huwelijk tussen twee mensen met hetzelfde geslacht verzetten, moet er – aldus het Hof – echter vanuit worden gegaan dat de woorden bij de totstandkoming van de bepaling zorgvuldig zijn afgewogen. Bovendien moet de historische context waarin het verdrag is gesloten in ogenschouw genomen worden. In de jaren ‘50 had het woord ‘huwelijk’ duidelijk de traditionele betekenis, zijnde een gemeenschap tussen twee mensen behorend tot een verschillende sekse.(3)

De beide Oostenrijkers hebben er bij het Hof nog op gewezen dat het Hof zelf altijd zegt dat het EVRM een levend instrument is dat geïnterpreteerd moet worden naar de maatstaven van heden. Ook dit argument volgt het Hof echter niet: Alhoewel, zoals opgemerkt in de zaak Christine Goodwine, het instituut van het huwelijk grote maatschappelijke veranderingen heeft ondergaan sinds de totstandkoming van het verdrag, merkt het Hof op dat er geen Europese consensus is met betrekking tot het homo-huwelijk. Op dit moment staan slechts zes van de zevenenveertig lidstaten homo-huwelijken toe.(4) Het Europees Verdrag voor de Rechten van de mens verbiedt geen huwelijken tussen mensen van dezelfde sekse, maar het is aan de lidstaten om te bepalen of zij het homo-huwelijk al dan niet mogelijk willen maken. Het Hof concludeert dan ook in paragraaf 62: In dit verband merkt het Hof op dat het huwelijk diep gewortelde sociale en culturele gevoelswaarden heeft die in verschillende maatschappijen zeer van elkaar kunnen afwijken. Het Hof herhaalt dat het niet te snel haar eigen oordeel het oordeel van de nationale autoriteiten moet laten vervangen, omdat de lidstaten het best uitgerust zijn de noden van de maatschappij te zien en hierop te reageren.

Verbod van discriminatie

Met de inwerkingtreding van het ‘Eingetragene Partnerschaft-Gesetz’ per 1 januari 2010, heeft de Oostenrijkse regering het voor koppels van hetzelfde geslacht mogelijk gemaakt dat hun relatie formeel wordt erkend en juridische effecten krijgt middels een geregistreerd partnerschap. Dit geregistreerd partnerschap heeft nagenoeg dezelfde status als het huwelijk, al blijven er verschillen. Het belangrijkste verschil betreft de ouderlijke rechten. Alleen getrouwde echtparen mogen een (stief)kind adopteren. Mensen met een geregistreerd partnerschap mogen dat niet. Ook kunstmatige inseminatie blijft voorbehouden aan getrouwde vrouwen. Is dat in strijd met het verbod van discriminatie (art. 14 EVRM)? Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens geeft aan dat artikel 14 EVRM niet op zichzelf staat, maar altijd gelezen moet worden in relatie met een ander mensenrecht; in casu het recht op eerbiediging van privé-, familie- en gezinsleven (art. 8 EVRM) (vgl. § 89). In verband hiermee overweegt het hof: In de rechtspraak van het Hof is alleen geaccepteerd dat de emotionele en seksuele relatie van koppels met hetzelfde geslacht ‘privé leven’ vormt, maar niet dat een dergelijke relatie ook ‘gezinsleven’  constitueert, zelfs niet als het een lange termijn-relatie betreft tussen twee samenwonende partners.(5) Twee partners van dezelfde sekse genieten niet het recht op gezinsleven in de zin van artikel 8 van het EVRM. Als gevolg daarvan valt de relatie van de appellanten, een langdurige stabiele relatie tussen twee samenwonende mannen, – anders dan het geval zou zijn bij twee mensen met een verschillend geslacht – buiten het werkingsbereik van ‘gezinsleven’ als bedoeld in dit artikel.

Voetnoten

1
Vgl. art. 44 Allgemeines Bürgerliches Gesetzbuch.
2
EHRM 24 juni 2010 Application no. 30141/04 § 52. (Schalk en Kopf v. Oostenrijk)
3
Zie § 55.
4
Zie § 58. De zes landen waarin het homo-huwelijk is toegestaan zijn: België, Nederland, Noorwegen, Portugal, Spanje en Zweden.
5
Zie § 92.