Het arrest Wouters I (zaaknr.: C-309/99)

Een advocaat is een ondernemer en de Nederlandse Orde van Advocaten een ondernemersvereniging. Daarnaast blijken niet alle regels die een ondernemersvereniging vaststelt en de mededinging beperken, onrechtmatig te zijn.

De Raad van Toezicht van de Nederlandse Orde van Advocaten heeft een aantal advocaten, waaronder de heer Wouters, verboden hun beroep uit te oefenen in een geïntegreerd samenwerkingsverband met accountants. De grondslag voor dit verbod vond de Raad van toezicht in de, op basis van artikel 28 van de Advocatenwet opgestelde, Samenwerkingsverordening 1993. Bij de toelichting bij deze verordening is ondermeer opgenomen dat accountants een beroepsgroep vormen waarmee advocaten geen geïntegreerd samenwerkingsverband mogen aangaan.

Advocaat is onderneming

In een prejudiciële vraag heeft de Afdeling rechtspraak van de Raad van State het Hof van Justitie gevraagd of de Samenwerkingsverordening 1993 als een besluit van een ondernemersvereniging in de zin van artikel 101 VWEU (was art. 85 lid 1 EG-Verdrag) moet worden aangemerkt. Voor het antwoord op die vraag moet allereerst worden onderzocht of advocaten ondernemingen in de zin van het communautaire mededingingsrecht zijn. Het Hof citeert hier onder andere Höfner en Elser (Zaaknr. C-41/90) en overweegt in de alinea’s 46 en 47: Volgens vaste rechtspraak omvat het begrip onderneming in het kader van het mededingingsrecht elke eenheid die een economische activiteit uitoefent, ongeacht haar rechtsvorm en de wijze waarop zij wordt gefinancierd. (...) Onder economische activiteit moet volgens vaste rechtspraak worden verstaan iedere activiteit bestaande in het aanbieden van goederen en diensten op een bepaalde markt. Advocaten bieden tegen beloning diensten aan op het gebied van rechtshulp, oefenen daarmee een economische activiteit uit en zijn dus ondernemingen in de zin van het VWEU.

NOvA als ondernemersvereniging

De Nederlandse wetgever heeft de Nederlandse Orde van Advocaten regelgevende bevoegdheden toegekend. Dit roept de vraag op of de beroepsorganisatie een ondernemersvereniging in de zin van artikel 101 VWEU is of een overheidsorgaan. Het Hof van Justitie overweegt in alinea 58 dat de Samenwerkingsverordening 1993 niet is vastgesteld op basis van een op het solidariteitsbeginsel berustende sociale taak en dat de Nederlandse Orde van Advocaten evenmin typische overheidstaken uitoefent. Dat de Orde regelgevende bevoegdheden van de wetgever heeft gekregen, maakt dat niet anders. Daarbij speelt mee dat de nationale autoriteiten geen bemoeienis hebben met de benoeming van de leden van de raden van toezicht, van het college van afgevaardigden en van de Algemene Raad (§ 61), dat de NOvA geen criteria van algemeen belang in acht hoeft te nemen bij het vaststellen van verordeningen (§ 62) en dat de verordening invloed heeft op het gedrag van de leden van de Nederlandse Orde van Advocaten op de markt voor juridische dienstverlening als gevolg van het daarin vervatte verbod van bepaalde multidisciplinaire samenwerkingsverbanden (§ 63). De Nederlandse orde van Advocaten is dus een ondernemersvereniging in de zin van artikel 101 VWEU. Voor de fijnproevers: in alinea 68 geeft het Hof de voorwaarden waaronder door de beroepsorganisatie uitgevaardigde regels een overheidskarakter zouden hebben en dus zouden ontsnappen aan de voor ondernemingen geldende verdragsregels.

Samenwerkingsverordening 1993 beperkt mededinging

Het Hof van Justitie is van mening dat de instandhouding van een voldoende mate van concurrentie op de markt voor juridische dienstverlening ook kan worden verzekerd door minder ingrijpende maatregelen dan een nationale maatregel als de Samenwerkingsverordening 1993. De laatste verbiedt iedere vorm van samenwerking, ongeacht de omvang van de betrokken advocaten- en accountantskantoren. Daarmee beperkt zij de mededinging (vgl. § 94). Niet iedere beperking van de mededinging door een ondernemersvereniging is echter onrechtmatig. Bij de toepassing van artikel 101 VWEU (voorheen art. 85 lid 1 EG-Verdrag) moet rekening gehouden worden met: (§ 97)
1) De doelstellingen van het betrokken besluit van een ondernemersvereniging. In de onderhavige casus houden de doelstellingen verband met de noodzaak regels vast te stellen inzake organisatie, bekwaamheid, deontologie, toezicht en aansprakelijkheid, die aan de eindgebruikers van juridische diensten de nodige garantie van integriteit en ervaring bieden en een goede rechtsbedeling verzekeren.
2)  Het antwoord op de vraag of de uit de doelstellingen van het besluit voortvloeiende beperkende gevolgen voor de mededinging, inherent zijn aan de nagestreefde doelen.

Uiteindelijk komt het Hof van Justitie in alinea 105 tot de conclusie dat de Samenwerkingsverordening 1993 in Nederland de eerbiediging van dedeontologie van de advocatuur beoogt te verzekeren, en dat de Nederlandse Orde van Advocaten, gelet op de in die lidstaat heersende opvattingen over dit beroep, zich op het standpunt mocht stellen dat de advocaat zijn cliënt niet langer onafhankelijk en met inachtneming van een strikt beroepsgeheim kan adviseren en verdedigen, indien hij deel uitmaakt van een structuur die mede tot taak heeft verslag te doen van de financiële resultaten van handelingen waarbij hij betrokken is geweest, en deze te certificeren.(1)

Notitie

Uit het Wouters-arrest (zaaknr. C-309/99) van het Hof van Justitie van de Europese Unie weten we dat advocaten ondernemingen zijn, de Nederlandse Orde van Advocaten een ondernemersvereniging en de Samenwerkingsverordening 1993 niet in strijd was met het Europees recht. Maar ook in een ander opzicht is deze uitspraak van belang.

Voetnoten

1
HvJEG 19 februari 2002, zaaknr. C-309/99. (Wouters)