Het arrest Wouters II (zaaknr.: C-309/99)

Afgelopen week is op dit weblog een bijdrage geplaatst over het Wouters-arrest (zaaknr.: C-309/99) van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Een belangrijk aspect uit deze uitspraak is daarin nog niet behandeld: horizontale werking van het vrij verkeer van vestiging.

De heer Wouters heeft van de Raad van Toezicht van de Nederlandse Orde van Advocaten een verbod gekregen zijn beroep uit te oefenen in een geïntegreerd samenwerkingsverband met accountants. Dit verbod is hem opgelegd op basis van de Samenwerkingsverordening 1993. Deze verordening beperkt de mededinging weliswaar, maar de daarmee nagestreefde doelstellingen – met name gelet op de rechtsregeling waaraan advocaten, respectievelijk accountants in Nederland zijn onderworpen – kunnen niet worden bereikt door minder beperkende maatregelen. Daarom is zij niet in strijd met het Europese mededingingsrecht zoals dat onder andere is neergelegd in artikel 101 VWEU (oud art. 85 lid 1 EG-Verdrag). Zij is noodzakelijk voor de goede uitoefening van het beroep van advocaat, zoals dit in Nederland is georganiseerd (§ 110).

Horizontale werking vrij verkeer van vestiging

In artikel 49 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is het vrij verkeer van vestiging neergelegd. Beperkingen van de vrijheid van vestiging voor onderdanen van een lidstaat op het grondgebied van een andere lidstaat zijn verboden.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het Hof van Justitie de prejudiciële vraag gesteld of de verenigbaarheid met het gemeenschapsrecht van een verbod van geïntegreerde samenwerkingsverbanden tussen advocaten en accountants, zoals neergelegd in de Samenwerkingsverordening 1993, moet worden getoetst aan zowel de verdragsbepalingen inzake het recht van vestiging (art. 49 VWEU) als de verdragsbepalingen inzake het vrij verrichten van diensten (art. 56 VWEU). Dat is niet het geval. In alinea 122 overweegt het Hof: Zelfs indien de bepalingen inzake het recht van vestiging en/of het vrij verrichten van diensten van toepassing zijn op een verbod van geïntegreerde samenwerkingsverbanden tussen advocaten en accountants, zoals de Samenwerkingsverordening 1993, en dit verbod een van deze vrijheden of beide beperkt, zou deze beperking hoe dan ook gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de redenen uiteengezet in de punten 97 tot en met 109 van dit arrest.(1) Oftewel, omdat de Samenwerkingsverordening 1993 redelijkerwijs noodzakelijk kon worden geacht ter verzekering van de goede uitoefening van het beroep van advocaat, zoals dit in Nederland is georganiseerd, is de verordening evenmin in strijd met de genoemde vrijheden.

Naschrift

Uit het hier besproken Wouters-arrest (zaaknr.: C-309/99) blijkt dat de Verdragsbepalingen betreffende het vrij verkeer van vestiging en diensten van toepassing blijven naast die van het mededingingsrecht. Daarnaast heeft het Hof van Justitie in dit arrest, zij het niet met zoveel woorden, horizontale werking van het vrij verkeer van vestiging aangenomen.

Voetnoten

1
HvJEG 19 februari 2002, zaaknr. C-309/99. (Wouters)