Het Kos-arrest (Zaaknr. C-485 en C-486/93)

Er kan ook, voor de toepassing van bepalingen aangaande het vrij verkeer in het VWEU, sprake zijn van een grensoverschrijdende situatie bij andere grenzen dan landgrenzen. En voor de kwalificatie van een heffing als een maatregel van gelijke werking, is het doel waarmee de heffing wordt opgelegd irrelevant.

De Dodekanesos is een eilandengroep in het uiterste zuidoosten van de Egeïsche Zee, die tot 1946 onder Italiaans bestuur stond. De eilandengroep had de bevoegdheid om belasting te heffen (dazio di consumo) op alle ingevoerde en uitgevoerde goederen. Dit is een zogenoemde ad valorem-heffing. Toen de eilandengroep bij Griekenland ging horen, bleef zij dit recht houden. Over alle goederen die in de regio werden in- en uitgevoerd, moest belasting worden betaald. Dat gold ook voor goederen die binnen Griekenland naar de regio Dodekanesos werden getransporteerd. Op deze manier werd de lokale overheid van financiële middelen voorzien. Maria Simitzi heeft goederen ingevoerd op het eiland Kos, dat tot de eilandengroep Dodekanesos behoort, en geen importbelasting betaald.

Grensoverschrijdende situatie

Simitzi meende dat er sprake was van een heffing van gelijke werking als in- en uitvoerrechten in de zin van artikel 30 VWEU. Deze bepaling is echter alleen van toepassing op grensoverschrijdende situaties. Het Hof van Justitie overwoog hierover in alinea 25 dat een proportionele heffing over de douanewaarde van goederen, die door een lidstaat wordt toegepast op alle goederen die in een regio van zijn grondgebied worden ingebracht, een heffing van gelijke werking als een invoerrecht is, niet alleen voor zover zij wordt opgelegd op goederen die uit andere lidstaten naar die regio worden gebracht, maar ook voor zover zij wordt opgelegd op goederen die uit een ander deel van het grondgebied van die staat in die regio worden binnengebracht.(1) Hetzelfde geldt voor de uitvoer van goederen.

Heffing als inkomstenbron

De Griekse overheid heeft er bij het Hof van Justitie nog op gewezen dat de im- en exportheffing voor de eilandengroep Dodekanesos niet bedoeld is om de invoer af te remmen en zo de plaatselijke productie te stimuleren, maar uitsluitend als inkomstenbron voor het plaatselijke bestuur is bedoeld. Volgens het Hof maakt dit de heffing echter niet minder een maatregel van gelijke werking als een invoerrecht. Voor de kwalificatie van een heffing als maatregel van gelijke werking als een invoerrecht is immers niet van belang:
1) het doel waarmee de heffing is ingevoerd ( § 14).
2) de vraag of de heffing ten behoeve van de staat wordt geheven of een regio van een staat (§ 15).
3) discriminerende of beschermende werking heeft (§ 15).
4) enkel wordt geheven op im- of export of op zowel de im- als de export (§ 16).
Van belang is slechts dat de heffing, doordat zij in het algemeen bij alle grensoverschrijdingen wordt geheven, de door het Verdrag beoogde wederzijdse penetratie bemoeilijkt en derhalve voor het vrij verkeer van goederen eenzelfde werking heeft als een douanerecht.

Notitie:

Wil men zich op de bepalingen in het VWEU betreffende de interne markt beroepen, dan zal er altijd sprake moeten zijn van een grensoverschrijdende situatie. Bovenstaande uitspraak maakt duidelijk dat een grensoverschrijding niet altijd een landgrens hoeft te zijn.

Voetnoten

1
HvJEG 14 september 1995, C-485/93 en C-486/93.