Commissie v. Frankrijk (Zaaknr.168/78)

Van gelijksoortige producten als bedoeld in artikel 110 VWEU is sprake bij producten die uit verbruikersoogpunt soortgelijke eigenschappen vertonen en aan dezelfde behoeften voldoen

De Commissie van de Europese Gemeenschap is een zaak gestart bij het Hof van Justitie tegen Frankrijk. Frankrijk hanteerde bij de belasting op gedistilleerde dranken een ander belastingtarief voor whisky dan voor cognac. Voor de laatste gold een hoger belastingtarief. Volgens de Commissie handelde Frankrijk hiermee in strijd met het fiscaal discriminatieverbod van artikel 95 EEG-Verdrag (thans: art. 110 VWEU).

Gelijksoortige nationale producten

Artikel 110, eerste alinea, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, bepaalt dat lidstaten op geïmporteerde producten geen hogere belasting mogen heffen dan op gelijksoortige nationale producten wordt geheven. Volgens het Hof moet de uitdrukking ‘gelijksoortige producten’ voldoende soepel worden gehanteerd. Gelijke producten zijn producten die uit verbruikersoogpunt soortgelijke eigenschappen vertonen en aan dezelfde behoeften voldoen.

HvJEG 27 februari 1980, Zaaknr.: 168/78.

Voor de toepassing van artikel 110, tweede alinea, VWEU is het voldoende dat het geïmporteerde producten op grond van een of meer economische toepassingen concurreert met de nationale productie, ook wanneer het niet geheel voldoet aan de in artikel 95, eerste alinea, gestelde voorwaarde van gelijksoortigheid. (vgl. § 6)

De Franse regering heeft voorgesteld de producten in te delen naar smaak of naar drankgewoonte, maar daar wil het Hof van Justitie niet aan. Volgens het Hof, alinea 38, gaat het bij producten als whisky en jenever om producten die op de meest verschillende manieren worden gedronken: puur, aangelengd, gemixt. “Juist door deze flexibiliteit in het gebruik kunnen deze dranken worden geacht gelijksoortig te zijn met een bijzonder groot aantal andere alcoholhoudende dranken of met deze althans gedeeltelijk in een concurrentieverhouding staan.”

Verschil van generlei waarde

In alinea 41 van het arrest komt het Hof tot de conclusie dat het niet uitmaakt of de belastingheffing in Frankrijk in strijd is met de eerste of met de tweede alinea van artikel 110 VWEU. In beide gevallen wordt immers het fiscaal discriminatieverbod geschonden. Deze regeling onderscheidt zich immers hierdoor, dat een wezenlijk deel van de nationale productie, te weten de gedistilleerde dranken uit wijn en vruchtenbrandewijnen, in de gunstigste belastingcategorie zijn ingedeeld, terwijl op tenminste twee soorten producten die nagenoeg geheel uit andere lidstaten worden geïmporteerd, een zwaardere belasting – productiebelasting genaamd – drukt. De omstandigheid dat een ander nationaal product, anijslikeur, op dezelfde wijze wordt benadeeld, ontneemt de regeling niet haar beschermend karakter voor wat de fiscale behandeling van de gedistilleerde dranken uit wijn en de vruchtenbrandewijnen betreft, en doet niet af aan het feit dat deze dranken tenminste gedeeltelijk in concurrentie staan met de geïmporteerde producten in geding.