Flevo Herb BV

Subsidies kunnen niet door middel van overeenkomsten worden verleend. Dat zou niet alleen in strijd zijn met de provinciale verordening, maar ook met titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht.

Bij besluit van 24 september 2002 heeft het college van Gedeputeerde Staten van Flevoland de subsidie voor ondermeer Flevo Herb BV vastgesteld.

Europees subsidiefonds

De Raad heeft op grond van een Europese verordening(1) besloten dat subsidies uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) verstrekt kunnen worden ter bevordering van de plattelandsontwikkeling en de structurele aanpassing van regio’s met een ontwikkelingsachterstand. Bijstand van het fonds wordt overwegend verleend in de vorm van operationele programma’s. Om voor subsidie uit het fonds in aanmerking te komen, kunnen de lidstaten een enkel programmeringsdocument (EPD) indienen. Nederland heeft dit voor Flevoland gedaan en subsidie gekregen.

Overeenkomst over subsidie

Provinciale Staten van Flevoland hebben de Verordening, houdende regels omtrent het toekennen van bijdragen uit Europese Steunfondsen vastgesteld. Op 30 december 1999 heeft het college van Gedeputeerde Staten van Flevoland op basis van deze verordening een overeenkomst gesloten met Flevo Herb BV. Op basis van deze overeenkomst verstrekt het bestuursorgaan voor nader omschreven projecten in de overeenkomsten een geldbedrag aan de ondernemer, en is de ondernemer verplicht de projecten uit te voeren.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State stelt in rechtsoverweging 2.7 dat evengenoemde overeenkomsten niet overeenkomstig de art. 3:40 en 3:41 Awb door toezending of uitreiking of op een andere geschikte wijze aan appellanten bekend gemaakt, zodat daaraan niet de rechtskracht van verleningsbesluiten als bedoeld in art. 4:29 Awb toekomt. Voor zover het college heeft bedoeld de subsidie te verlenen bij de met appellanten sub 2, 3 en 4 gesloten overeenkomsten en dit te baseren op de door provinciale staten van Flevoland opgestelde bijdrageverordening, heeft het geen dragende grondslag gekozen, aangezien art. 1f van de provinciale bijdrageverordening bepaalt dat in het kader van de uit te voeren activiteiten geen overeenkomsten naar burgerlijk recht zullen worden aangegaan. Voorts verzet ook titel 4.2 Awb zich tegen het verlenen van subsidie bij overeenkomst. Ingevolge onder meer de art. 4:29 en 4:43 Awb wordt subsidie verleend en vastgesteld bij beschikking en ingevolge art. 4:36 kan slechts ter uitvoering van een beschikking tot subsidieverlening een overeenkomst worden gesloten.(2)

Europese subsidies

In beginsel mag een bestuursorgaan slechts subsidie verstrekken op grond van een wettelijk voorschrift dat regelt voor welke activiteiten subsidie kan worden verstrekt (art. 4:23 lid 1 Awb). Deze eis geldt echter niet als de subsidie rechtstreeks op grond van een door de Raad van de Europese Unie, het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of de Commissie van de Europese Gemeenschappen vastgesteld programma wordt verstrekt (art. 4:23 lid 3 onderdeel b Awb). In de onderhavige casus was deze uitzondering volgens de Afdeling echter niet van toepassing. Weliswaar had de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij het college aangewezen als de regionale autoriteit belast met de financiële verantwoordelijkheden in het kader van de uitvoering van het EPD Flevoland, maar dit betrof slechts een bestuursovereenkomst inzake de aanwijzing van een nationale autoriteit die namens de lidstaat Nederland optreedt in zijn verhouding met de Europese Commissie, en biedt niet de in art. 4:23 lid 1 Awb vereiste wettelijke grondslag voor subsidieverstrekking aan particulieren uit het Fonds aan Nederland ter beschikking gestelde gelden. (O.v. 2.9)

Notitie

In de hier beschreven uitspraak zijn twee belangrijke rechtsregels te vinden. De eerste is dat afdeling 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht zich verzet tegen subsidieovereenkomsten. Subsidies dienen verleend en vastgesteld te worden per beschikking (vgl. art. 4:29 en 4:43 Awb). Een wettelijke grondslag voor subsidieverlening was er in de hier omschreven praktijksituatie niet. De tweede rechtsregel is dat subsidieverlening slechts onder de uitzondering van artikel 4:23, derde lid, onderdeel b, van de Algemene wet bestuursrecht valt, als de subsidie rechtstreeks aan (rechts)personen wordt verstrekt. Als geld eerst van een Europese instelling aan de staat wordt overgemaakt, deze het geld doorspeelt naar de provincie en de provincie het geld vervolgens verdeelt, dan is de subsidie niet rechtstreeks op grond van een door een instelling van de Europese Unie vastgesteld programma verstrekt.

Voetnoten

1
Verordening (EEG) nr. 2085/93 van de Raad van 20 juli 1993 houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 4256/88 tot vaststelling van bepalingen voor de uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2052/88 met betrekking tot het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL), afdeling Oriëntatie (PbEG 1993, L 193/44) .
2
ABRvS 19 april 2006, LJN AW2275. Ook gepubliceerd in AB 2006, 296 m.nt. M.J. Jacobs en W. den Ouden.