Defect stroomstootwapen is ook een wapen

Het enkele feit dat een stroomstootwapen defect is, maakt het niet direct ongeschikt als voorwerp om personen weerloos te maken of pijn toe te dienen. Tot dit oordeel kwam de Hoge Raad in een arrest dat op 5 januari 2010 is uitgesproken.

Op 20 april 2006 heeft iemand in Zeist een wapen voorhanden gehad dat genoemd wordt in artikel 2 categorie II onder 5° van de Wet wapens en munitie (Afgekort: WWM). Het betreft een voorwerp vallend onder de aanduiding voorwerpen waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, met uitzondering van medische hulpmiddelen. Zijn advocaat heeft tegen deze bewezenverklaring van het gerechtshof Amsterdam cassatie ingesteld, omdat het betreffende stoomstootwapen defect was.

Defect, maar bruikbaar

Volgens de advocaat van de verdachte diende het Hof zijn cliënt vrij te spreken, omdat het stroomstootwapen defect was. Door dit defect konden personen niet door een elektronische stroomstoot weerloos worden gemaakt of pijn worden toegebracht. De Hoge Raad verwerpt dit beroep echter en overweegt in rechtsoverweging 3.5: Het middel berust op de opvatting dat geen sprake is van een stroomstootwapen in de zin van art. 2 WWM indien dit defect is. Die opvatting is echter in haar algemeenheid onjuist omdat een defect op zichzelf niet eraan in de weg behoeft te staan dat het voorwerp kan worden aangemerkt als een handwapen waarmee personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht.(1)

Voetnoten

1
HR 5 januari 2010, LJN BK3503.