Toelichting niet bepalend voor bestemmingsplan

Voor de uitleg van het bestemmingsplan zijn de plankaart en de daarbij behorende voorschriften beslissend.

Het college van burgemeester en wethouders van Deurne heeft een bouwvergunning verleend voor de verbouwing van een bedrijfsruimte ten behoeve van een indoor skicentrum. Het skicentrum zou drie kunstskibanen krijgen en een horecagedeelte voor maximaal 50 personen.

Wat is een bedrijf?

Volgens het ter plaatse geldende bestemmingsplan De Leemskuilen rust op het perceel de bestemming ‘Bedrijven (B11)’. De vraag die de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is voorgelegd, is aan de hand van welke gegevens deze term moet worden uitgelegd. De Afdeling stelt daarbij voorop dat de op de plankaart aangegeven bestemming en de daarbij behorende voorschriften beslissend zijn voor het antwoord op de vraag, of het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan. De toelichting heeft in dit verband in zoverre betekenis dat deze over de bedoeling van de planwetgever meer inzicht kan geven indien de bestemming en de bijbehorende voorschriften waaraan moet worden getoetst op zichzelf noch in hun samenhang duidelijk zijn.(1)

Recreatieve voorziening

Omdat het indoor skicentrum is voorzien van een substantiële horecavoorziening die zeven dagen per week van 7.00 uur tot 23.00 uur geopend is, is het skicentrum echter niet meer als ‘bedrijf’ aan te merken, maar als een recreatieve voorziening. De commerciële basis van de voorziening, maakt dit niet anders. Een recreatieve voorziening onderscheidt zich, wat de ruimtelijke uitstraling betreft, van hetgeen volgens normaal spraakgebruik onder een bedrijf moet worden verstaan. Zo is de thans aan de orde zijnde recreatieve voorziening, anders dan een bedrijf in vorenbedoelde zin, veelal ook in de avonden en weekenden geopend voor publiek, hetgeen buiten de reguliere werktijden een grotere verkeersaantrekkende werking met zich brengt. Voorts wijst het feit dat in het bestemmingsplan gronden zijn bestemd waarop uitsluitend, voor zover van belang, horecabedrijven mogen worden gebouwd erop dat de planwetgever niet kan hebben beoogd bedrijven met een horecafunctie ook op het perceel toe te laten. Het beroep dat het skicentrum tegen de beslissing op bezwaar had ingesteld is dan ook ongegrond verklaard.

Naschrift

Voor de uitleg van het bestemmingsplan moet blijkens deze uitspraak eerst gekeken worden naar de op de plankaart bij het bestemmingsplan aangegeven bestemming en de daarbij behorende voorschriften. Pas als deze noch afzonderlijk, noch in samenhang, aangeven hoe het bestemmingsplan uitgelegd moet worden, wordt de toelichting op het bestemmingsplan relevant.

Voetnoten

1
ABRvS 2 december 2009, LJN BK5072 Ro. 2.3.1.