Begunstigingstermijn: dertig weken niet te lang

Een begunstigingstermijn van dertig weken bij een last onder dwangsom om alsnog een akoestisch rapport en een saneringsprogramma op te stellen is niet onredelijk lang. Dat oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 23 december 2009.

Regulering geluidhinder

Om de geluidhinder van treinverkeer tegen te gaan heeft de regering in het Besluit geluidhinder een saneringsprogramma vastgesteld.(1) Alle gemeenten waar op 1 juli 1987 een spoorweg aanwezig was – terwijl op dat tijdstip binnen de zone van die spoorweg reeds woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen of geluidsgevoelige terreinen aanwezig waren – hebben een akoestisch onderzoek moeten doen en de minister een mededeling moeten sturen als de gevelbelasting hoger was dan conform artikel 4:17 van het Besluit geluidhinder is toegestaan. Het is de minister die bepaalt in hoeverre het geluidniveau dient te worden teruggebracht en welke maatregelen daartoe genomen moeten worden (Art 4:23 lid 2 en 3 Besluit geluidhinder). Als er plannen zijn om een spoorweg met betrekking waartoe een melding moet worden gedaan als bedoeld in artikel 4.17 van het Besluit Geluidhinder te wijzigen, dan moet – nadat een akoestisch onderzoek heeft plaatsgevonden – ook eerst het besluit van de minister worden afgewacht voordat het spoor gewijzigd mag worden.

De spoorlijn Groningen-Leeuwarden

Bij besluit van 10 juli 2007 heeft de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer spoorexploitant ProRail BV een last onder dwangsom opgelegd wegens het wijzigen van de spoorlijn Groningen-Leeuwarden zonder de hiervoor beschreven procedure te hebben doorlopen. In de beschikking tot oplegging van een last onder dwangsom heeft de minister de spoorwegexploitant een begunstigingstermijn van dertig weken gegeven (Art. 5:32 lid 5 Awb(2)). Appellant vindt deze begunstigingstermijn te lang en heeft dan ook beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Geen onredelijke begunstigingstermijn

Nadat de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening een deskundigenrapport heeft uitgebracht waarin gesteld wordt dat de begunstigingstermijn van dertig weken redelijk is gezien de vereiste inbreng van deskundigen en de te doorlopen procedures, en de minister nader gemotiveerd heeft hoe de begunstigingstermijn is bepaald, verklaart de Afdeling het beroep van appellant ongegrond. Een begunstigingstermijn van meer dan een half jaar kán dus in sommige gevallen redelijk zijn, maar dat is lang niet altijd het geval.(3)

Voetnoten

1
Zie afd. 4.3 Besluit geluidshinder.
2
Sinds de inwerkingtreding van de vierde tranche van de Awb op 1 juli 2009 is de begunstigingstermijn geregeld in artikel 5:24, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
3
ABRvS 23 december 2009, LJN BK7458