Criteria voor een dwangsom

De hoogte van het bedrag van de dwangsom kan worden afgestemd op het financiële voordeel dat een overtreder kan verwachten bij het niet naleven van deze regels. Met de financiële omstandigheden van de wetsovertreder hoeft in beginsel geen rekening te worden gehouden.

Het dagelijks bestuur van het stadsdeel Amsterdam-Centrum heeft een bewoner een last onder dwangsom opgelegd omdat hij zonder bouwvergunning een dakkapel op het dak van zijn woning heeft aangebracht. De dakkapel diende verwijderd te worden op last van een dwangsom van €40 000,- ineens.

Redelijke verhouding

In artikel 5:32, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht stond destijds onder andere dat het vastgestelde bedrag in redelijke verhouding tot de zwaarte van het geschonden belang en de beoogde werking van de dwangsomoplegging moet staan. Sinds de inwerkingtreding van de vierde tranche van deze wet per 1 juli 2009 is deze norm terug te vinden in artikel 5:32b lid 3 Awb.

Art. 5:32b lid 3 Awb:
De bedragen staan in redelijke verhouding tot de zwaarte van het geschonden belang en tot de beoogde werking van de dwangsom.

De vraag die de rechter is voorgelegd, is hoe bepaald moet worden of de hoogte van een dwangsom – die een overtreder moet betalen als hij geen gehoor geeft aan de hem opgelegde last – redelijk is.

Criteria voor de hoogte van de dwangsom

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het dagelijks bestuur van het stadsdeel Amsterdam-Centrum bij het vaststellen van de hoogte van de dwangsom met recht rekening heeft gehouden met het financiële voordeel dat de overtreder kan behalen met de uitbreiding van de woning. In dit kader heeft het bestuursorgaan ook betekenis toegekend aan het feit dat door de uitbreiding met de dakkapel de bestaande vliering, in tegenstelling tot wat eerder het geval was, als zelfstandig bruikbare woonruimte kan worden gebruikt. Met de financiële omstandigheden van de wetsovertreder hoeft in beginsel geen rekening te worden gehouden. Evenmin behoeft de last te worden gerelateerd aan de kosten van verwijdering van de dakkapel.(1)

Naschrift

De werking van een cumulatie van overtredingen.

Voetnoten

1
ABRvS 10 mei 2006, AB 2006, 230 ro. 2.5.1 m.nt. F.C.M.A. Michiels. Ook gepubliceerd als LJN AX0732.