Gewraakte rechter kan wrakingskamer niet wraken

Kan een gewraakte rechter de wrakingskamer wraken? Dat is de vraag die de wrakingskamer van de rechtbank Zutphen op 1 december 2009 heeft moeten beantwoorden.

De vice-president bij de rechtbank Zutphen zou op 6 oktober 2009 een verzoek tot faillissementsverklaring behandelen, maar werd gewraakt door de betrokken procespartij. Hij berustte echter niet in zijn wraking: schreef een schriftelijk verweer en kondigde aan op 26 oktober ter zitting van de wrakingskamer te zullen verschijnen. Ter plaatse verzocht hij om wraking van de rechters van de wrakingskamer. Dit verzoek is op 19 november 2009 behandeld door de meervoudige kamer voor burgerlijke zaken.

Niet-ontvankelijk

Op de zitting van 19 november trok de vice-president van de rechtbank Zutphen zijn wrakingsverzoek tegen twee van de drie leden van de wrakingskamer in. Het overgebleven verzoek werd door de kamer niet-ontvankelijk verklaard, omdat het recht om wraking te verzoeken in artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering is toegekend aan een ‘partij’ en de rechter geen ‘partij’ is in de zaak.

Art. 36 Rv:
Op verzoek van een partij kan elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

In rechtsoverweging 4 oordeelde de wrakingskamer: Naar het oordeel van de wrakingskamer is de gewraakte rechter geen partij in de “hoofdzaak” en is hij dat evenmin in het wrakingsincident. Het wrakingsincident is te beschouwen als een procedure sui generis waarin slechts degene die wraking heeft verzocht als “partij” dient te worden aangemerkt.(1) De rechter kan dus slechts object zijn van een wrakingsverzoek. De oorzaak hiervan ligt – aldus de rechtbank – in het systeem van de wet. Als een verzoek om wraking van een rechter wordt afgewezen, zal de rechter de zaak verder behandelen. Daarin past het niet dat de rechter zelf halverwege als partij tegenover één van de partijen komt te staan, tussen wie hij later wellicht nog vonnis moet wijzen.

Niet nieuw, wel bijzonder

Dat een rechter probeert de wrakingskamer te wraken komt in Nederland niet zo vaak voor. Het is echter al wel eerder gepoogd. De rechtbank wijst in haar vonnis op een oude uitspraak van de rechtbank Leeuwarden die reeds op 26 oktober 1842(2) is gewezen. Sinds dien is het recht op dit punt niet gewijzigd: gewraakte rechters kunnen de wrakingskamer nog immer niet wraken.

Voetnoten

1
Rb Zutphen 1 december 2009, LJN BK4858.
2
Rb. Leeuwarden 26 oktober 1842, W 357.