Opzeggen samenwerking heeft geen rechtsgevolg

De opzegging van de samenwerking met appellante als secretaris van de alumnivereniging Alfi is niet gericht op enig rechtsgevolg en dus geen besluit in de zin van artikel 1:3 lid 1 Awb.

Op 20 februari 2008 heeft een bestuurslid van de alumnivereniging Alfi aan appellante medegedeeld dat eerder die dag het bestuur van de faculteit Wijsbegeerte van de Rijksuniversiteit Groningen heeft besloten de samenwerking met haar, in haar hoedanigheid als secretaris van de alumnivereniging Alfi, op te zeggen. De reden voor deze opzegging was dat de besturen van drie alumniverenigingen van de faculteit – Alfi, Stuff en GSW – in de toekomst meer moeten samenwerken en de besturen van de laatste twee verenigingen mondeling te kennen hebben gegeven geen vertrouwen te hebben in de samenwerking met de huidige secretaris van het bestuur van Alfi. De notulen van de vergadering waarin deze beslissing is genomen zijn appellante overhandigd.

Geen besluit

Het bezwaar dat appellante heeft ingesteld bij het College van Bestuur van de Rijksuniversiteit Groningen is niet-ontvankelijk verklaard, omdat er in dit praktijkgeval geen sprake was van een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Volgens de Awb is er sprake van een besluit indien het een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling betreft.

Met betrekking tot het onderhavige praktijkgeval heeft de Afdeling overwogen: Met de opzegging van de samenwerking met [appellante] als secretaris van de alumnivereniging Alfi is niet beoogd een bevoegdheid, recht of verplichting te doen ontstaan of teniet te doen of de juridische status van een persoon of zaak vast te stellen. De rechtbank heeft terecht en op goede gronden overwogen dat de mededeling van het bestuur niet is gericht op rechtsgevolg en dat het besluit op bezwaar van 16 december 2008, waarbij het bezwaar van [appellante] niet-ontvankelijk is verklaard, in stand dient te blijven.(1) Met andere woorden: de handeling van het bestuur van de faculteit Wijsbegeerte van de Rijksuniversiteit Groningen was niet gericht op een rechtsgevolg. En dus stond er geen bestuursrechtelijke rechtsbescherming open voor de inmiddels oud-secretaris.

Naschrift

Bovenstaande uitspraak mag juridisch geheel correct zijn, de motivering die de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State er aan ten grondslag legt is voor de doorsnee Nederlander waarschijnlijk niet te volgen. Er is in te lezen dat de rechtbank op goede gronden heeft overwogen dat de mededeling van het bestuur niet gericht is op enig rechtsgevolg. Wat die goede gronden precies inhouden blijft ongewis, want op Rechtspraak.nl is de betreffende uitspraak van de rechtbank Groningen van 24 april 2009 (nog) niet terug te vinden.

Voetnoten

1
ABRvS 3 februari 2010, LJN BL1811.