83-jarige advocaat vrijgesteld van permanente educatieplicht

In de afgelopen jaren is er in de politiek veel gepraat over het zogenoemde ‘levenslang leren’. In de Nederlandse advocatuur is dit al jaren zeer gebruikelijk. Advocaten moeten ieder jaar een aantal punten halen om hun beroep te mogen blijven uitoefenen. De vraag of deze verplichting onverminderd moet gelden voor 83-jarige advocaten werd vandaag precies tien jaar geleden beantwoord door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Reden genoeg om een oude uitspraak weer eens af te stoffen.

De Nederlandse Orde van Advocaten heeft het volgen van permanente opleiding door advocaten verplicht gesteld ten behoeve van een verantwoorde beroepsuitoefening en bevordering van het in de advocatuur te stellen vertrouwen. Gedurende hun gehele loopbaan moeten advocaten een aantal opleidingspunten halen, hetzij door opleidingen te volgen aan externe onderwijsinstellingen, hetzij door het geven van onderwijs of het publiceren van rechtsliteratuur. Een 83-jarige advocaat had bij de Algemene Raad van de Nederlandse Orde van Advocaten ontheffing gevraagd van deze in de Verordening permanente opleiding(1) neergelegde verplichtingen. De gevraagde vrijstelling werd hem echter geweigerd.

Slechts in bijzondere gevallen kon de Algemene Raad een advocaat op diens verzoek geheel of gedeeltelijk vrijstelling verlenen van de permanente educatieverplichting. De raad voerde daarbij een restrictief ontheffingsbeleid, volgens hetwelk uitsluitend verblijf in het buitenland, langdurige ziekte en zwangerschap/bevalling aanleiding vormden tot het verlenen van een al dan niet gedeeltelijke ontheffing. De hoogbejaarde advocaat die in de praktijk uitsluitend werkzaam was als rolwaarnemer(2) viel niet onder een van deze categorieën.

In hoger beroep oordeelde de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State echter dat het gegeven dat de Algemene Raad de hem toegediende vrijheid om ontheffing te verlenen slechts pleegt te gebruiken in bepaalde gevallen niet zonder meer een dragende motivering voor zijn besluit opleverde. Niet valt in te zien waarom de verplichtingen van de Verordening in volle omvang op appellant van toepassing dienen te blijven, terwijl deze slechts werkzaamheden van voornamelijk administratieve aard verricht ten behoeve van - uitsluitend -personen die daadwerkelijk het beroep van advocaat uitoefenen en die dus -wellicht met een enkele uitzondering op grond van artikel 7 - zelf aan de permanente opleidingseisen moeten voldoen. Daarnaast is niet zonder betekenis dat appellant dit nog slechts een korte periode wenst te doen en het gezien de hoge leeftijd van betrokkene onaannemelijk is dat deze alsnog een praktijk als advocaat zal willen beginnen.(3) Het hoger beroep werd dan ook gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd.

Voetnoten

1
Verordening van de Nederlandse Orde van Advocaten van 16 september 1994, Stcrt. 1994, 187.
2
Een rolwaarnemer is een advocaat die voor andere advocaten in het arrondissement de voorkomende rolhandelingen bij de Arrondissementsrechtbank en het Gerechtshof verricht, zoals het in ontvangst nemen van instructies om deze op de rolzitting over te brengen en het doorgeven van rolbeslissingen aan advocaten.
3
ABRvS 2 maart 2000, LJN AA5284 ro. 2.8.