Leeftijdsgrens bevolkingsonderzoek borstkanker is rechtmatig

Drie vrouwen, de Stichting Proefprocessenfonds Clara Wichmann en de Borstkankervereniging Nederland hebben in hoger beroep een kort geding tegen de Staat der Nederlanden verloren. Volgens het gerechtshof ‘s-Gravenhage heeft de Staat voorshands aannemelijk gemaakt dat er een rechtvaardiging is voor het stellen van een leeftijdsgrens op 75 jaar.

Bevolkingsonderzoek borstkanker

In Nederland is in 1989 het bevolkingsonderzoek borstkanker (afgekort: BOB) geleidelijk ingevoerd voor vrouwen van 50 tot 70 jaar. Dit onderzoek mag alleen uitgevoerd worden door instanties die beschikken over een vergunning als bedoeld in de Wet op het bevolkingsonderzoek (hierna: Wbo). In 1997 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport op aanbeveling van de toenmalige Ziekenfondsraad de doelgroep van het bevolkingsonderzoek uitgebreid met vrouwen tot 75 jaar.

Ontvankelijkheid

Allereerst gaat het gerechtshof in op de vraag of het hoger beroep van Stichting Proefprocessenfonds Clara Wichmann ontvankelijk is, nu deze stichting geen gebruik heeft gemaakt van de openstaande bestuursrechtelijke rechtsbeschermingsprocedure tegen de verstrekte vergunningen. Volgens het gerechtshof is dit het geval. Tegen die vergunningverleningen hebben Clara Wichmann c.s. geen bezwaar: zij willen dat vrouwen van 50 tot en met 75 jaar onderzocht worden in het BOB. Wat zij verlangen is dat de Staat behalve de categorie waarvoor vergunningen zijn aangevraagd en verleend, ook de vrouwen boven de 75 jaar in het BOB opneemt. Langs de weg van bezwaar en beroep tegen de verleende vergunningen hadden Clara Wichmann c.s. dat niet kunnen bereiken, omdat de vergunningen in leeftijdsopzicht conform de aanvragen zijn verleend.(1) De vraag die de rechter in casu is voorgelegd is of de Staat door het nemen en handhaven van het (aan de vergunningaanvragen voorafgegane) besluit tot leeftijdsbegrenzing zich jegens Clara Wichmann c.s. onrechtmatig gedraagt.

Geen leeftijdsdiscriminatie

Volgens de eisers in het hoger beroep kort geding maakt de Staat der Nederlanden zich schuldig aan leeftijdsdiscriminatie door bij het bevolkingsonderzoek borstkanker een leeftijdsgrens van 75 jaar te hanteren. Zij achten een dergelijke grens in strijd met artikel 1 van de Grondwet, artikel 14 van het EVRM, artikel 26 van het IVBPR, de artikelen 1 en 2 van het VN Vrouwenverdrag en artikel 2 van het ICESCR.

Het maken van onderscheid naar leeftijd is alleen rechtmatig als daarvoor een objectieve rechtvaardiging bestaat. Volgens het gerechtshof moet voorop worden gesteld dat de discussie over de vraag of het wel of niet voldoende nuttig is om vrouwen van boven de 75 op borstkanker te screenen – gelet op de gezondheidsrisico’s die dit voor de betrokkenen met zich meebrengt – een medische vraag is die in de eerste plaats door de medische wetenschap moet worden behandeld. De gezondheidsraad(2) heeft ten aanzien van borstkankeronderzoek een leeftijdsgrens geadviseerd en in het Jaarbericht Bevolkingsonderzoek van juni 2006 geconcludeerd dat er geen aanleiding bestaat om de opzet van het BOB (met de leeftijdscategorie van 50 t/m 75 jaar) te wijzigen. De Staat mag ervan uitgaan dat de Gezondheidsraad dit advies heeft gegeven aan de hand van de stand van de wetenschap op het gebied van de volksgezondheid, tenzij er zodanig sterke aanwijzingen zijn voor het tegendeel dat de Staat (en thans: het hof) met een hoge mate van aannemelijkheid kan aannemen dat de Gezondheidsraad de afweging van nut en risico’s voor de categorie van 76-jarigen en ouder verkeerd heeft gemaakt.(3) Een dergelijke situatie doet zich hier echter niet voor. De Staat heeft aldus voorshands (in dit kort geding) aannemelijk gemaakt dat er een rechtvaardiging is voor het stellen van een leeftijdsgrens op 75 jaar. Een en ander wil niet zeggen dat individuele vrouwen van 76 jaar en ouder zich ook mogen en kunnen laten onderzoeken op mogelijke borstkanker: dat recht hebben zij. De Staat hoeft echter niet de hele categorie van vrouwen van die leeftijd in het door de instellingen georganiseerde bevolkingsonderzoek borstkanker te laten opnemen.

Voetnoten

1
Gerechtshof 's-Gravenhage 9 februari 2010, LJN BL3061 Ro. 3.4.
2
Zie voor de taakstelling van de gezondheidsraad artikel 22 van de Gezondheidswet.
3
Gerechtshof 's-Gravenhage 9 februari 2010, LJN BL3061 Ro. 5.6.