Rechtbank verbiedt publiceren bedrijfsnamen

De OPTA mag boetebesluiten niet ongeanonimiseerd publiceren als tegen een dergelijk besluit nog bestuursrechtelijke rechtsbescherming gezocht kan worden.

Bij besluit van 5 november 2007 heeft het college van de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit (OPTA) aan vijf (rechts)personen, gezamenlijk handelend onder de naam DollarRevenue, een gezamenlijke boete van €1.000.000,- opgelegd in verband met de overtreding van artikel 4.1, eerste lid, aanhef en onder a en b, van het Besluit Universele Dienstverlening en Eindgebruikersbelangen (hierna: het boetebesluit). Dit boetebesluit is op 16 november 2007 openbaar gemaakt. Daarbij zijn de namen van de drie betrokken rechtspersonen genoemd en de namen van de twee overige natuurlijke personen geanonimiseerd.

Preventieve werking

De OPTA heeft het boetebesluit openbaar gemaakt, omdat hiermee een groot publiek belang gediend zou zijn. Dit publieke belang bestaat enerzijds uit de generale preventieve werking die hier van uitgaat en anderzijds uit de waarschuwing van internetgebruikers voor spyware. Gezien de omvang waarmee het spywareverbod door betrokkenen is overtreden konden de namen van de betrokken rechtspersonen volgens de OPTA daarbij publiekelijk worden genoemd.

Onherstelbare imagoschade

In hun beroep tegen de beslissing op bezwaar bij de rechtbank Amsterdam hebben de vijf betrokkenen die de boete opgelegd hebben gekregen, gesteld dat de OPTA hun namen niet openbaar had mogen maken. Zij menen dat de publicatie tot onherstelbare (imago)schade leidt als gevolg waarvan (potentiële) klanten en relaties zullen worden afgeschrikt om zaken met hen te doen.

Onschuldpresumptie

De rechtbank Amsterdam heeft in zijn uitspraak van 19 januari 2010 voorop gesteld dat uit de artikelen 8 en 10 van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: Wob), bezien in onderling verband, volgt dat een toezichthouder in het algemeen besluiten als de onderhavige volledig en met inbegrip van namen van de betrokkenen kan publiceren. Echter, het algemeen belang dat gemoeid is met de openbaarmaking moet dan wel opwegen tegen het belang van degenen die beboet worden om niet onevenredig te worden benadeeld door het openbaar maken van het besluit met hun namen erin. Naar het oordeel van de rechtbank hebben de eisers overtuigend duidelijk gemaakt dat er sprake is van gevaar voor ernstige en wellicht onherstelbare schade als het boetebesluit zou worden gepubliceerd met hun namen daarin. Nu het boetebesluit nog voorwerp is van beroep bij de rechtbank Rotterdam en dus (nog) niet in rechte vast staat, is deze rechtbank van oordeel dat de uitzonderingssituatie als genoemd in artikel 10, tweede lid, aanhef en onder g, van de Wob zich alleen dan niet voordoet als aannemelijk is dat sprake is van een zodanig dringend algemeen belang dat de schade die door integrale publicatie zal worden veroorzaakt daartegen niet opweegt.(1) Wanneer het besluit in rechte onaantastbaar is geworden kunnen de bedrijfsnamen nochtans gepubliceerd worden.

Naschrift

Bovenstaande uitspraak komt er op neer dat de OPTA boetebesluiten niet meer ongeanonimiseerd mag publiceren als tegen een dergelijk boetebesluit nog bestuursrechtelijke rechtsbescherming gezocht kan worden. De rechtbank meent dat het verstrekken van informatie door de OPTA achterwege moet blijven voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen het belang dat bestaat uit het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheid betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen dan wel van derden.

Deze uitspraak is opvallend, omdat de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam op 28 mei 2008 nog tot een ander oordeel kwam. De OPTA heeft op haar website aangekondigd tegen deze uitspraak in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State te zullen gaan.

Voetnoten

1
Rb. Amsterdam 19 januari 2010, LJN BL3030.