Geen gehandicaptenparkeerplaats bij 'lage' bezettingsgraad

Een bezettingsgraad van 85% rechtvaardigt dat het college beziet in hoeverre handhaving van de gehandicaptenparkeerplaats van appellante gerechtvaardigd is. Wie dan op 300 meter van zijn werk woont, heeft de plaats niet per definitie nodig voor woon-werkverkeer.

Een vrouw met een handicap is geruime tijd werkzaam in de gemeente Bloemendaal. Sinds 1991 had zij een individuele gehandicaptenparkeerplaats op de Bloemendaalseweg, zodat zij haar auto dicht bij haar directe werkomgeving kwijt kon. Jaren later is zij verhuisd van Amsterdam naar Bloemendaal en op 300 meter van haar werk gaan wonen. Bij besluit van 24 april 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bloemendaal daarom de aan deze mevrouw toegekende gehandicaptenparkeerplaats opgeheven.

Nieuwe beleidsregels

Het college van burgemeester en wethouders heeft beleidsregels vastgesteld terzake van het creëren van individuele gehandicaptenparkeerplaatsen. Volgens deze beleidsregels heeft appellante geen recht op een dergelijke parkeerplaats, omdat zij niet op een bij de gemeente geregistreerd woonadres aan de Bloemendaalseweg staat ingeschreven.

Bezettingsgraad

Waarnemers hebben geconstateerd dat de bezettingsgraad van parkeerplaatsen aan de betreffende weg 85% bedraagt. De Afdeling bestuursrechtspraak merkt hierover op: Gelet op deze bezettingsgraad en het algemene belang, gediend met de vrije beschikbaarheid van parkeerplaatsen, is het niet onredelijk dat het college heeft bezien of handhaving van de aan [appellante] toegekende gehandicaptenparkeerplaats noodzakelijk is.(1)

Modeattributen

Doordat de mevrouw inmiddels op 300 meter van haar werkplek woont, heeft zij haar gehandicaptenparkeerplaats niet meer nodig voor woon-werkverkeer, maar slechts omdat zij zich, naar zij stelt, meermalen per dag voor haar werk moet verplaatsen waarbij zij diverse modeattributen moet meenemen. De hoogste algemene bestuursrechter overweegt hieromtrent: Geen grond bestaat (...) voor het oordeel dat het college in de gewijzigde woonsituatie niet in redelijkheid aanleiding heeft mogen zien te besluiten tot opheffing van de individuele gehandicaptenparkeerplaats. Dit geldt te meer nu [appellante] gebruik kan maken van de laad- en losplek aan de overzijde van haar werkplek en zij in een nader stuk en ter zitting bij de Afdeling heeft gesteld dat voldoende gratis parkeermogelijkheid aanwezig is in de directe nabijheid van de Bloemendaalseweg.

Voetnoten

1
ABRvS 10 februari 2010, LJN BL3340.