Amsterdam: complete stad als toeristisch gebied

De Verordening Winkeltijden Amsterdam 2010, waarmee zondagopenstelling van alle winkels in geheel Amsterdam mogelijk is gemaakt, is niet onmiskenbaar in strijd met de Winkeltijdenwet.

De Winkeltijdenwet

Op grond van artikel 2 van de Winkeltijdenwet is het in Nederland verboden een winkel op zondag voor het publiek geopend te hebben. Dit verbod is niet absoluut. In iedere gemeente kan de gemeenteraad voor ten hoogste twaalf door hem aan te wijzen dagen per kalenderjaar vrijstelling verlenen van dit verbod: bijvoorbeeld voor een meubelboulevard op tweede Paasdag (art 3 lid 1 Winkeltijdenwet). Gemeenteraden van gemeenten die (geheel of gedeeltelijk) op toerisme gericht zijn kunnen, mits de aantrekkingskracht voor dat toerisme geheel of nagenoeg geheel is gelegen buiten de verkoopactiviteiten die door de vrijstelling of ontheffing mogelijk worden gemaakt, zelfs nog meer koopzondagen invoeren (art. 3 lid 3 Winkeltijdenwet).

Verordening Winkeltijden Amsterdam 2010

Op 17 februari 2010 heeft de gemeenteraad van Amsterdam de Verordening Winkeltijden Amsterdam 2010 vastgesteld. In artikel 3, eerste lid, van deze verordening wordt een vrijstelling verleend op het verbod vervat in artikel 2 van de Winkeltijdenwet op zon- en feestdagen tussen 6.00 en 22.00 uur.

Autonome toeristische aantrekkingskracht

Gemeenten in Nederland mogen meer dan twaalf zon- en feestdagen aanwijzen waarop de winkels in hun gemeenten geopend mogen zijn, maar niet met het doel meer toeristen te trekken. Er moet sprake zijn van een autonome toeristische aantrekkingskracht. Dat wil zeggen dat de stad (of het stadsdeel) op zondag toeristen trekt, ook al zouden de winkels niet open zijn. Amsterdam voldoet door zijn stedenschoon en recreatieve attracties als weinig andere steden in ons land aan dit criterium.

De hele gemeente als toeristisch gebied

Een winkeliersvereniging, enkele winkels en een vakbond hebben een kort geding aangespannen tegen de gemeente Amsterdam. Zij vorderen dat de Verordening Winkeltijden Amsterdam 2010 buiten werking gesteld wordt door de rechter, omdat het de gemeente niet toegestaan zou zijn om het toeristische regime voor het gehele grondgebied in te stellen terwijl er sprake is van autonoom toerisme in slechts een gedeelte van de gemeente, voornamelijk in het Centrum en het Museumkwartier in Oud-Zuid. De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam volgde deze stelling echter niet. Noch uit de tekst, noch uit de wetsgeschiedenis van de Winkeltijdenwet blijkt dat de wetgever heeft beoogd dat de gemeenteraad zich in een verordening waarin ontheffing van de zondagsluiting van winkels wordt verleend zich dient te beperken tot die gebieden in de gemeente waarvan de toeristische aantrekkingskracht vaststaat. Daarenboven heeft de Tweede Kamer in een vergadering op 7 december 1999 een motie(1) verworpen waarin opgeroepen werd de Winkeltijdenwet zodanig te wijzigen dat het verlenen van de ontheffing van zondagsluiting slechts mogelijk is voor het winkelgebied waar het toerisme zich daadwerkelijk afspeelt.(2) Om deze redenen achtte de rechter de verordening niet onmiskenbaar in strijd met de Winkeltijdenwet. Daarbij overwoog hij nog: De rechter kan materiële wetgeving slechts buiten werking stellen indien hij tot het oordeel moet komen dat onmiskenbaar sprake is van onrechtmatige wetgeving, omdat het regelgevende orgaan zich schuldig heeft gemaakt aan willekeur en, gelet op alle ten tijde van de het vaststellen van de betreffende regeling bij die wetgever bekende belangen, in redelijkheid niet tot het vaststellen van het desbetreffende voorschrift heeft kunnen komen.(3)

Naschrift

Het komt maar zeer zelden voor dat een rechter een regeling onverbindend verklaard. Een voorbeeld is de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 16 september 2009 waarin zij artikel 2.7 lid 1 van het Besluit inburgering onverbindend verklaard wegens strijd met het evenredigheidsbeginsel.

Voetnoten

1
Kamerstukken Tweede Kamer 1999-2000, 26800 XIII, nr. 34.
2
Kamerstukken Tweede Kamer 7 december 1999, TK 31, 31-2347.
3
Rb. Amsterdam 1 april 2010, LJN BL9857.