Gesthuizen beticht staatssecretaris van liegen

Tweede-kamerlid mevrouw Gesthuizen van de Socialistische Partij vond tijdens een debat in de Tweede Kamer dat staatssecretaris Heemskerk loog en minister Donner blufte, maar weigerde met een motie van wantrouwen te komen. De vergadering werd voor onbepaalde tijd geschorst.

Op woensdag 17 februari 2010 heeft tijdens een plenaire vergadering van de Tweede Kamer een spoeddebat plaatsgevonden over de berichten in de media rond het CAO-akkoord bij postbedrijf TNT en de relatie tot het voortbestaan van het stukloonmodel op de geliberaliseerde markt.(1) Het debat vond plaats op verzoek van mevrouw Gesthuizen (SP).

Eerste termijn

Mevrouw Gesthuizen heeft een debat aangevraagd met de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid – de heer Donner (CDA) – en de staatssecretaris van Economische Zaken – de heer Heemskerk (PvdA) –, omdat zij vreesde voor massaontslagen bij postbedrijf TNT. Door het afdwingen van oneerlijke concurrentie op de postmarkt en door het toestaan van stukloon waarmee het minimumloon wordt doorbroken, was – aldus Gesthuizen – een verwoestende druk ontstaan op de arbeidsvoorwaarden van postbezorgers waardoor voor 11.000 van hen op korte termijn ontslag dreigde.

Leugens

De staatssecretaris van Economische Zaken gaf in zijn antwoord op de inbreng van de Tweede Kamer in eerste termijn aan, dat postbedrijven te maken hebben met een krimpende markt. Er worden, aldus de staatssecretaris, steeds minder brieven en ansichtkaarten verstuurd en ook de toename van het aantal digitale facturen en e-mails speelt de postbedrijven parte. SP-Kamerlid Gesthuizen wilde hierop weten of de staatssecretaris kon aantonen dat de postmarkt krimpt. De stelling van de Socialistische Partij is dat het probleem er niet zozeer in zit dat de postmarkt zou krimpen, maar dat er toenemende concurrentie op de postmarkt plaatsvindt. Het antwoord van de staatssecretaris kon haar niet overtuigen en vanaf dat moment ontspoorde het debat al vrij snel.

Mevrouw Gesthuizen stelde: Ik heb de staatssecretaris gevraagd om aan te tonen dat de postmarkt krimpt. De staatssecretaris zegt dat aan te kunnen tonen, maar volgens mij liegt hij daarover. Hij kan het immers helemaal niet aantonen.(2) Staatssecretaris Heemskerk wees er in zijn antwoord op deze vraag op, dat de overheid meewerkt aan de stijging van het digitale postverkeer; onder andere door het gebruik van e-facturen te stimuleren, omdat de overheid denkt dat dit zal leiden tot sneller betalen. Heemskerk: In plaats van grote woorden te gebruiken en zich te verzetten tegen de modernisering en een betere dienstverlening op een aantal terreinen, zou mevrouw Gesthuizen moeten erkennen dat de opkomst van het internet een feit is. Zelfs de SP zou inmiddels moeten durven toegeven dat het op tal van terreinen een verbetering is.(3) De laatste opmerking was duidelijk tegen het zere been. Mevrouw Gesthuizen bleef vragen om cijfers, en wijzen op cijfers uit een door haar aangehaald onderzoek waaruit zou blijken dat het totale volume op de postmarkt niet gedaald is. De staatssecretaris zijnerzijds bleef wijzen op de krimpende postmarkt als gevolg van de opkomst van internet. Geheel buiten de orde om – d.w.z. zonder het woord te hebben gekregen van de voorzitter – riep tweede-kamerlid Gesthuizen de Kamer toe: De staatssecretaris liegt de Kamer voor!(4) Aanvankelijk leek de situatie gesust te worden, omdat de staatssecretaris slechts opmerkte te hechten aan goede omgangsvormen en vervolgens de vraag van mevrouw Gesthuizen beantwoordde.

Tweede termijn

Na een tweede termijn aan de zijde van de Kamer, kregen de beide bewindslieden wederom de gelegenheid om te reageren op de bijdragen van de Kamer. Staatssecretaris Heemskerk gaf daarbij aan één van de leden van de Tweede Kamer in het vervolg niet meer te willen informeren. Zolang mevrouw Gesthuizen mij een leugenaar noemt, informeer ik haar niet, omdat zij mij niet vertrouwt. In die zin hoef ik de aanname van deze motie niet eens te ontraden.(5) Het kamerlid, op haar beurt, vroeg de minister: U kunt toch hetgeen op basis waarvan ik u beschuldig, van het verkeerd voorlichten van de Kamer, weerleggen, precies door het uitvoeren van deze motie?(6) Maar de staatssecretaris wilde hier niet op ingaan, zolang het kamerlid de geuite zware beschuldiging niet zou terugnemen. Mevrouw Gesthuizen wilde haar beschuldiging niet terugnemen, maar weigerde – ondanks aandringen van de heer Elias (VVD), mevrouw Vos (PvdA) en mevrouw Van Gent (GroenLinks) –  ook met een motie van wantrouwen tegen de staatssecretaris te komen.

Reactie van de staatssecretaris:
De vertrouwensregel houdt in dat de Kamer erop vertrouwt dat het kabinet informatie aanlevert. De Kamer kan niet zo maar roepen dat het kabinet liegt. Als je meent dat dit het geval is—die mening mag een Kamerlid uiteraard hebben—heb je geen vertrouwen meer in de betreffende bewindspersoon. Dan dien je dus een motie van wantrouwen in en stuur je hem weg. Dat moet mevrouw Gesthuizen dus doen. Zij kan niet zeggen dat ik lieg en dat ik moet bewijzen dat ik dat niet doe. Nee, ik lieg niet. Ik informeer de Kamer naar beste eer en geweten en dat doe ik zo volledig mogelijk.(7)

Ingrijpen van Donner

Inmiddels had de klok van 23.00 uur geslagen en wilde de leden van de Tweede Kamer naar huis. Minister Donner vroeg het woord en wees kamervoorzitter Verbeet er op dat zij had moeten ingrijpen: Derhalve meen ik dat het een novum is dat dit soort zaken gewoon in de Kamer kan worden gesteld en dat niet onmiddellijk de zaak geschorst wordt tot er een motie van wantrouwen is ingediend en daarover is gestemd. Tot dat moment is de basis voor de communicatie tussen kabinet en Kamer eigenlijk vervallen als het gaat om die persoon en om de materie waarover hij spreekt. Hij vervolgde: Als dit op deze wijze kan worden gezegd over bewindslieden, kan op ieder moment, wát er ook wordt gezegd, weer iemand roepen: dat is niet waar; u liegt! Op die wijze kunnen wij geen behoorlijk overleg meer voeren tussen Kamer en bewindslieden. Dan is dit gewoon een markt geworden. De enige oplossing is dus om nu te stemmen over de motie van wantrouwen of de beschuldiging in te trekken en af te wachten tot er een antwoord is. Dit is geen basis voor overleg tussen het kabinet en de Kamer. De Kamer moet nu aangeven of zij dit steunt of niet.(8) Maar de door de minister zo gewenste uitspraak van de Kamer kwam er niet. In plaats daarvan gooide mevrouw Gesthuizen nog wat olie op het vuur en sprak: Ik ben van mening dat de minister van Sociale Zaken hiermee gewoon bluft en dat het kabinet ontzettend zijn best doet om vooral niet met harde feiten en cijfers op tafel te komen.(9) Na een korte schorsing werd besloten de beraadslaging te schorsen tot een nader te bepalen moment. Het conflict tussen mevrouw Gesthuizen en de bewindslieden is bij de voorzetting van de vergadering – 18 februari 2010 – niet meer aan de orde gekomen.(10)

Voetnoten

1
TK Handelingen 2009-2010, nr. 56, p. 5110 t/m 5130.
2
TK Handelingen 2009-2010, nr. 56, p. 5117.
3
TK Handelingen 2009-2010, nr. 56, p. 5117.
4
TK Handelingen 2009-2010, nr. 56, p. 5117.
5
TK Handelingen 2009-2010, nr. 56 ,p. 5127.
6
TK Handelingen 2009-2010, nr. 56, p. 5128.
7
TK Handelingen 2009-2010, nr. 56, p. 5129.
8
TK Handelingen 2009-2010, nr. 56, p. 5129.
9
TK Handelingen 2009-2010, nr. 56, p. 5130.
10
TK Handelingen 2009-2010, nr. 57, p. 5165 t/m 5166.