Geluidsversterking valt niet onder artikel 6 Grondwet

Het recht op geluidsversterking is een connexe recht en, als zodanig , ondergeschikt,aan het in artikel 6 van de Grondwet beschermde recht op vrijheid van godsdienst.

Bij besluit van 19 januari 2010 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zutphen het Kerkgenootschap Leger des Heils een last onder dwangsom opgelegd wegens de overtreding van artikel 2.17 van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (hierna: Activiteitenbesluit). Samengevat komt de overtreding er op neer dat het Kerkgenootschap, door gebruik te maken van geluidsversterking tijdens de dienst voor spraak, zang en muziek (m.n. keyboards), geluidsoverlast zou veroorzaken.

Vrijheid van godsdienst

In de voorlopige voorzieningprocedure die het Kerkgenootschap Leger des Heils tegen dit besluit is gestart, heeft het kerkgenootschap zich op het standpunt gesteld dat het tijdens de kerkdiensten, alsmede het tijdens de voorbereidende bijeenkomsten veroorzaakte geluid, volledig onder de uitzondering van artikel 2.18, eerste lid, aanhef en onder c, van het Activiteitenbesluit valt. Zij stelt dat uit de nota van toelichting(1) bij het Activiteitenbesluit blijkt dat met het uitzonderen van het - versterkte en onversterkte - geluid in verband met godsdienstige bijeenkomsten van de in het Activiteitenbesluit gestelde geluidnormen bedoeld is recht te doen aan het in artikel 6, eerste lid, van de Grondwet neergelegde recht op vrijheid van godsdienst. Het bestuursorgaan is van mening dat versterkt geluid, dat tijdens de kerkdiensten alsmede de voorbereidende bijeenkomsten wordt gebruikt, niet onder de bedoelde uitzondering valt.

Geluidsmetingen

Tijdens de kerkdiensten is door het college van burgemeester en wethouders een waarde van 67 dB(A) op de gevel van een naburige woning gemeten. De binnenwaarde in de aan het kerkgebouw aanpandige woning bedroeg 43 dB(A). Beiden liggen hoger dan de toegestane norm.

Toegestaan geluidsniveau, vastgelegd in artikel 2.17 lid 1 Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer.

Dag- (7:00–19:00) Avond- (19:00–23:00) Nachtperiode (23:00 – 7:00)
Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau op de gevel van gevoelige gebouwen: 50 dB(A) 45 dB(A) 40 dB(A)
Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau in aanpandige gevoelige gebouwen: 35 dB(A) 30 dB(A) 25 dB(A)

Versterkt geluid geen godsdienstuiting

Het gebruik maken van geluidsversterking door kerkgenootschappen valt niet onder de bescherming van de vrijheid van godsdienst. De voorzitter van de Afdeling oordeelde dan ook: Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 5 januari 1996 in zaak nr. R03.90.3668; AB 1996, 179) is het gebruikmaken van geluidversterkende apparatuur een aan het in artikel 6 van de Grondwet beschermde recht verbonden (‘connexe’) recht op geluidsversterking. Daarbij heeft de Afdeling overwogen dat het connexe recht op geluidversterking als zodanig aan het in artikel 6 van de Grondwet beschermde recht ondergeschikt is en daarvan dient te worden onderscheiden.(2) De voorzitter zag dan ook in de tekst van artikel 2.18 van het Activiteitenbesluit en in de nota van toelichting onvoldoende aanknopingspunten voor het oordeel dat de wetgever heeft bedoeld dat de in die bepaling vervatte uitzondering mede ziet op geluidversterking tijdens kerkdiensten of voorbereidende bijeenkomsten. Het college mocht dan ook ter zake handhavend optreden wegens overtreding van artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit

Voetnoten

1
Stb. 2007, 415.
2
Vz ABRvS 1 april 2010, LJN BM0191.