Uitwonende student mag niet thuis wonen

Wie op kamers wil wonen en studiefinanciering wil ontvangen naar de norm die voor uitwonende studenten geldt, moet ook echt ergens anders wonen.

Een studente uit het Friese Dokkum heeft op 22 december 2006 bij de IB-Groep(1) aangegeven dat zij met ingang van 1 januari 2007 uitwonend is. Naar aanleiding daarvan is haar studiefinanciering per 1 januari 2007 op een hoger bedrag vastgesteld. Toen de IB-Groep haar nieuwe adres met het adres van haar ouders vergeleek, bleek de studente echter nog steeds op hetzelfde adres in Dokkum te wonen! Daarom heeft de IB-Groep op 14 maart 2008 haar besluit om de studente een hoger bedrag aan studiefinanciering toe te kennen herzien en het teveel uitgekeerde bedrag teruggevorderd.

Uitwonend is niet bij je ouders op kamers

De studente had in hoger beroep bij de Centrale Raad aangevoerd dat haar moeder en zij weliswaar op hetzelfde woonadres wonen volgens de gemeentelijke basisadministratie (afgekort: GBA), maar wel ieder een eigen kamer met een aparte huurovereenkomst hebben. Voorts zou appellante afzonderlijk huurtoeslag ontvangen. Blijkbaar zitten meer studenten met dit probleem, want de Raad overwoog kortweg: Hetgeen appellante in hoger beroep heeft aangevoerd vormt in essentie een herhaling van hetgeen appellante reeds in beroep heeft aangevoerd. Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank ter verwerping van de aangevoerde gronden met juistheid verwezen naar de uitspraak van de Raad van 25 juli 2008, LJN BD9728.(2)

De definitie van uit-/thuiswonende studerende

In de uitspraak van 25 juli 2008 waarnaar de rechtbank heeft verwezen, legt de Centrale Raad van Beroep in rechtsoverweging 4.1.3 uit hoe de definitie van ‘thuiswonend’ in artikel 1 lid 1 van de Wet studiefinanciering 2000 gelezen moet worden.

Art. 1 lid 1 Wet studiefinanciering 2000
Thuiswonende studerende:
studerende die woont op het adres van zijn ouders of van een van hen,

Uitwonende studerende:
studerende die niet een thuiswonende studerende is,

Naar het oordeel van de Raad biedt, nu van een verschil in adres tussen betrokkene en zijn vader geen sprake is, artikel 1.1, eerste lid, van de Wsf 2000 geen ruimte om tot een ander oordeel te komen dan dat betrokkene moet worden aangemerkt als een thuiswonende studerende. Voor het toekennen van betekenis aan de feitelijke woonsituatie biedt artikel 1.1, eerste lid, van de Wsf 2000 geen ruimte.(3) Kortom: de gemeentelijke basisadministratie is bepalend voor het antwoord op de vraag of iemand uitwonende of thuiswonende studerende is.

Voetnoten

1
De IB-Groep was tot 1 januari 2010 verantwoordelijk voor de toekenning van studiefinanciering aan studenten. Na de inwerkingtreding van de Wet van 15 oktober 2009 tot intrekking van de Wet verzelfstandiging informatiseringsbank en wijziging van diverse wetten in verband met de oprichting van de Dienst Uitvoering Onderwijs, is de IB-Groep opgeheven.
2
CRvB 19 maart 2010, LJN BL8111.
3
CRvB 5 juli 2008, LJN BD9728.