Mandaatgebrek maakt niet-ontvankelijk

Binnen de termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift moet het bevoegde orgaan een bezwaar- of beroepschrift hebben ingediend. Na afloop van deze termijn een mandaatgebrek wegnemen door in te stemmen met het ingestelde hoger beroep is onmogelijk.

Bij besluit van 22 mei 2007 heeft het dagelijks bestuur van het stadsdeel Osdorp van de gemeente Amsterdam een bouwvergunning verleend voor het veranderen van de begane grond van een pand gelegen aan de Pieter Calandlaan te Amsterdam. Op de begane grond zou een supermarkt worden gerealiseerd met een oppervlakte van bijna 1300 m² en er zou een rolpad van de parkeerkelder naar de begane grond worden aangelegd. De eigenaar van een in dezelfde straat gelegen filiaal van C1000 diende een bezwaarschrift in tegen deze bouwvergunning. Dit bezwaar werd gegrond verklaard, het primaire besluit herroepen, de noodzakelijke vrijstelling geweigerd en de aanvraag om een bouwvergunning werd afgewezen. Tegen dit besluit op bezwaar is de eigenaar van het pand in beroep gegaan bij de rechtbank Amsterdam. Het beroep is gegrond verklaard en het besluit op bezwaar vernietigd. Daarna is door verschillende partijen hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Mandaatgebrek

In hoger beroep is aangevoerd dat het beroepschrift van 5 februari 2009 alleen is ondertekend door een ambtenaar en dat nergens uit blijkt dat deze ambtenaar gemandateerd was om namens het stadsdeel Osdorp van de gemeente Amsterdam beroep in te stellen. De Afdeling overwoog hieromtrent dat op grond van artikel 160 aanhef en onder f van de Gemeentewet de bevoegdheid om te besluiten tot het instellen van hoger beroep in deze toekomt aan het college van burgemeester en wethouders. Deze bevoegdheid is, voor zover hier van belang, gedelegeerd aan het dagelijks bestuur. Gesteld noch gebleken is dat die bevoegdheid is overgedragen aan één of meer anderen. Niet is aannemelijk geworden dat het dagelijks bestuur binnen de termijn als bedoeld in artikel 6:7 in samenhang met artikel 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht heeft besloten tot het instellen van het hoger beroep. Aangezien het besluit tot het instellen van beroep binnen de beroepstermijn moet zijn genomen, kon dit gebrek niet meer worden geheeld door de bij brief van 17 november 2009 achteraf gegeven instemming van het dagelijks bestuur met het instellen van hoger beroep.(1) Het hoger beroep dat beweerlijk was ingesteld door het dagelijks bestuur van het stadsdeel Osdorp van de gemeente Amsterdam werd dan ook niet-ontvankelijk verklaard.

Voetnoten

1
ABRvS 20 januari 2010, LJN BK9929 m.n. ro 2.1.2.