Minister-President teruggefloten door Kamervoorzitter

Demissionair Minister-President Jan Peter Balkenende heeft op 23 februari 2010 een brief gestuurd aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal: Gerdi Verbeet. Daarin stond een passage die niet goed viel bij de Voorzitter.

Op 20 februari 2010 is het kabinet Balkenende-IV gevallen. Aanleiding was onenigheid tussen CDA en PvdA over de terugtrekking van Nederlandse militairen in 2010 uit Afghanistan. De ministers en staatssecretarissen die voor de PvdA in het kabinet zaten hebben hun ontslag aangeboden en de overige bewindslieden hebben hun portefeuille ter beschikking gesteld. De Koningin heeft de vice-voorzitter van de Raad van State, de voorzitters van de Eerste- en Tweede-Kamer alsmede de fractievoorzitters in de Tweede Kamer geconsulteerd over de vraag hoe het na de val van het kabinet verder moest. ChristenUnie, CDA en SGP hebben daarbij gepleit voor een missionair rompkabinet Balkenende-V dat uit ChristenUnie en CDA zou bestaan; zoals ook Balkenende-III (CDA + VVD) een missionair rompkabinet was. In lijn met de wens van een meerderheid in de Tweede Kamer werd het echter een demissionair kabinet, dat van Koningin Beatrix de opdracht heeft gekregen om nieuwe verkiezingen uit te schrijven en tot die tijd datgene te blijven verrichten wat zij in het belang van het Koninkrijk noodzakelijk acht.

De brief

Anders dan het rompkabinet Balkenende-III, waarbij CDA en VVD samen in de Tweede Kamer destijds 72 zetels hadden, hebben CDA en ChristenUnie slechts 47 zetels. Om slagvaardig te kunnen optreden schreef Minister-President Jan Peter Balkenende (CDA) dan ook een brief naar de voorzitter van de Tweede Kamer, waarin hij de Voorzitter op het Catshuis uitnodigde. Het kabinet zal voortdurend handelen in nauw overleg met het parlement en hoopt daarbij op een constructieve samenwerking. Om aan deze samenwerking een goede start te geven, stel ik mij voor op zo kort mogelijk termijn de voorzitters van beide Kamers der Staten-Generaal alsmede de fractievoorzitters in de Tweede Kamer te consulteren. Met u en hen wil ik verkennen welke onderwerpen op een zodanig breed draagvlak kunnen rekenen dat deze door het demissionaire kabinet en het parlement kunnen worden behandeld.(1) De uitnodiging viel niet in goede aarde bij D66, VVD en SP.(2)

De voorzitter van de Tweede Kamer

Een demissionair kabinet moet verrichten wat zij in het belang van het Koninkrijk noodzakelijk acht. Wanneer een kabinet valt en demissionair is, is het land dus niet direct onbestuurbaar. Alle denkbare regeeractiviteiten kunnen nog worden verricht, mits ze noodzakelijk zijn voor het Koninkrijk. Maar wat is noodzakelijk? Wat noodzakelijk is, wordt bepaald in overleg met de Tweede Kamer.(3) Daartoe moet de Kamer zelf evalueren welke onderwerpen zij controversieel acht en dus (tijdelijk) niet meer zal behandelen. Volkomen terecht schreef de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, Gerdi Verbeet, op 24 februari 2010 de Minister-President dan ook terug: Uit uw brief blijkt dat deze consultatie een verkenning betreft welke onderwerpen op een zodanig breed draagvlak kunnen rekenen dat deze door het demissionaire kabinet en het parlement kunnen worden behandeld. In dit verband wil ik u erop wijzen dat het gebruikelijk is dat de Tweede Kamer – die immers zelf haar agenda bepaalt – zelfstandig een verkenning uitvoert welke onderwerpen niet op een draagvlak kunnen rekenen dat deze door het demissionaire kabinet en de Kamer kunnen worden behandeld, de zogenaamde controversiële onderwerpen. Op dit moment zijn de voorbereidingen voor de hiertoe vereiste besluitvorming in volle gang.(4)

Voetnoten

1
TK Kamerstuk 2009-2010 32324 nr. 3 p. 2.
2
Yvonne Doorduyn, Haast van Balkenende wekt Wrevel, De Volkskrant 25 februari 2010 p. 3.
3
C.A.J.M. Kortmann , Constitutioneel recht, Deventer: Kluwer 2009, p. 152.
4
TK Kamerstuk 2009-2010 32324 nr. 2.