Onroerende zaakbelasting vóór WOZ-beschikking

De in een nog niet bekendgemaakte WOZ-beschikking vastgestelde waarde van een onroerende zaak, kan dienen als heffingsmaatstaf voor een aanslag in de onroerendezaakbelasting.

Het bedrag dat de eigenaar van een onroerende zaak aan gemeentelijke belasting moet betalen, is afhankelijk van de waarde die deze onroerende zaak heeft.(1) Sinds 2005 wordt deze waarde jaarlijks vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken. Het document waarin de waarde van een onroerende zaak door de gemeente wordt vastgesteld, is de WOZ-beschikking.

Vandaag precies vijf jaar geleden heeft de Hoge Raad zich in een arrest uitgelaten over de vraag of het mogelijk is de gemeentelijke onroerendezaakbelasting op te leggen op een moment dat de daaraan ten grondslag gelegde WOZ-beschikking – die al wel genomen is – nog niet aan de belanghebbende bekendgemaakt is. De aanvulling dat de WOZ-beschikking nog niet bekendgemaakt was, is van wezenlijk belang, omdat volgens artikel 3:40 van de Algemene wet bestuursrecht een besluit niet eerder in werking kan treden dan dat het bekendgemaakt is.

Uit het feit dat de WOZ-beschikking nog niet bekendgemaakt was, volgde volgens de Hoge Raad echter nog niet dat de waarde van de woning niet was vastgesteld in de zin van de Wet waardering onroerende zaken. De waarde van een onroerende zaak geldt als vastgesteld in de zin van artikel 22 van de Wet WOZ zodra de heffingsambtenaar zijn in dat artikel omschreven beschikking neemt. Ingevolge artikel 220c van de Gemeentewet dient de vastgestelde waarde als heffingsmaatstaf voor de onroerendezaakbelastingen. Hoezeer ook de beoogde en wenselijke gang van zaken deze is dat de gemeente de WOZ-beschikking eerder bekendmaakt dan de eerste daarop gebaseerde aanslag in de onroerendezaakbelastingen dan wel gelijktijdig daarmee, geen redelijk belang van de eigenaar en/of gebruiker van de onroerende zaak noopt ertoe om artikel 220c van de Gemeentewet, in weerwil van zijn bewoordingen, aldus uit te leggen dat slechts de in een bekendgemaakte WOZ-beschikking vastgestelde waarde kan dienen als heffingsmaatstaf voor een aanslag in de onroerendezaakbelastingen.(2) De Hoge Raad maakt aldus een onderscheid tussen de waardevaststelling en de bekendmaking, waarbij het feit dat het besluit nog niet bekendgemaakt is niets afdoet aan de vastgestelde OZB-waarde.

Voetnoten

1
Art. 220c Gem.wet.
2
HR 13 mei 2005, LJN AR6816.