De maten van de dakopbouw

In gevallen waar de situatietekening is voorzien van een schaalaanduiding is de situatietekening leidend om te bepalen of conform de vergunde bouwvergunning is gebouwd.

Twee panden aan de Fluitekruidweg te Zaandam hebben een dakopbouw. Volgens een bewoner uit Zaandam zijn deze dakopbouwen echter gebouwd in strijd met de verleende bouwvergunning. Hij heeft het college van burgemeester en wethouders dan ook gevraagd handhavend op te treden. Dit verzoek is bij besluit van 21 juli 2008 door het desbetreffende bestuursorgaan afgewezen. Het bezwaarschrift tegen deze afwijzing is ongegrond verklaard. Het beroep tegen het besluit op bezwaar idem dito.

De juiste maat

In hoger beroep spitst het geschil zich toe op de vraag welke maten aangehouden moeten worden bij de beoordeling of een dakopbouw conform de vergunde bouwvergunning is gebouwd. Zijn dat de maten die op de situatietekening staan, of de maten die op de constructietekening zijn vermeld? Volgens de laatste zouden de dakopbouwen een nokhoogte van maximaal 8,42 meter hebben. De feitelijke nokhoogte bedraagt echter 9,00 meter.

Situatietekening bepalend

In hoger beroep oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat in een praktijkgeval als het onderhavige – waarbij de situatietekening is voorzien van een schaalaanduiding – de situatietekening leidend is. Het bouwplan is in overeenstemming met deze maten uitgevoerd, hetgeen blijkt uit de inmeting die op 30 september 2009 door een toezichthouder van de gemeente is verricht. In zoverre bestaat geen aanleiding voor de conclusie dat de dakopbouwen in afwijking van de bouwvergunningen zijn gebouwd.(1) En als er geen sprake is van een overtreding, dan is er voor het college van burgemeester en wethouders ook geen reden om tot handhavend optreden over te gaan.

Voetnoten

1
ABRvS 7 april 2010, LJN BM0173.