Beperkingen aan vergunning niet appellabel

Tegen beperkingen van een vergunning die ‘slechts’ van informatieve aard zijn, kan geen bestuursrechtelijke rechtsbescherming worden gezocht.

In het Amsterdamse stadsdeel Zuideramstel geldt de Verordening op de haven en het binnenwater 2006. Op grond van deze vergunning dienen eigenaren van woonboten die een ligplaats in het stadsdeel willen innemen, een vergunning aan te vragen bij het stadsdeelbestuur. Een dergelijke vergunning kan geweigerd worden met het oog op de welstand, ordening, de veiligheid, het milieu en de vlotte en veilige doorvaart.

Appellant heeft een ligplaatsvergunning aangevraagd voor zijn woonboot. Aanvankelijk werd hem deze vergunning geweigerd, maar deze weigering is bij de beslissing op bezwaar herroepen, waarna appellant alsnog een ligplaatsvergunning is verleend; zij het een ligplaatsvergunning onder beperkingen. Deze beperkingen houden in dat geen nieuwe ligplaatsvergunning zal worden verstrekt aan een eventuele volgende eigenaar van de woonboot en dat de woonboot niet mag worden vervangen.

Beperkingen van informatieve aard

De eigenaar van de woonboot was bang dat de beperkingen die het dagelijks bestuur van het stadsdeel Zuideramstel aan de ligplaatsvergunning heeft verbonden, in de toekomst nadelige consequenties zullen hebben. Door de gestelde beperkingen is het object bijvoorbeeld nagenoeg onverkoopbaar. Hij ging dan ook in beroep bij de bestuursrechter tegen de beperkingen die aan zijn ligplaatsvergunning waren verbonden. In het hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat hier op volgde, oordeelde de Afdeling echter: Deze beperkingen zijn slechts van informatieve aard. Hiermee wordt [appellant] ervan in kennis gesteld dat volgens het ten tijde van de verlening van de vergunning geldende beleid te zijner tijd aan een nieuwe eigenaar dan wel voor de vervanging van de woonboot geen nieuwe vergunning zal worden verleend. Eerst indien een volgende eigenaar een ligplaatsvergunning aanvraagt dan wel [appellant] een vergunning aanvraagt voor de vervanging van zijn woonboot, zal door het dagelijks bestuur omtrent de verlening van een vergunning worden beslist. Op dat moment kan hiertegen worden opgekomen.(1)

Voetnoten

1
ABRvS 21 april 2010, LJN BM1777.