Bestemmingsplan: wat is een woonbestemming?

Een pand heeft een woonbestemming, indien het wordt gebruikt voor (nagenoeg) zelfstandige bewoning.

De stichting Stichting Mensana RIBW Noord- en Midden-Limburg is er voor mensen met een psychiatrische aandoening, die beperkingen ervaren in het dagelijks bestaan. De stichting wilde het pand ‘Le Bron’ in Roermond per 1 november 2008 gebruiken om maximaal vier cliënten met een psychosociale beperking te huisvesten.

Verzoek om handhaving

Eén omwonende heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roermond gevraagd handhavend op te treden tegen dit gebruik, omdat het strijdig zou zijn met het ter plaatste vigerende bestemmingsplan: Vrijveld/Lommerveld. Volgens dit bestemmingsplan berust op het perceel de bestemming ‘woondoeleinden’. Volgens de planvoorschriften bij het bestemmingsplan wordt onder deze woondoeleinden verstaan: wonen met inbegrip van praktijkruimten, aan huis gebonden beroep en consumentenverzorgend ambachtelijk bedrijf.(1)

Nagenoeg zelfstandige bewoning

In hoger beroep overweegt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat naast zelfstandige bewoning door een gezin, ook minder traditionele woonvormen zich met een woonbestemming verenigen, indien daarbij sprake is van nagenoeg zelfstandige bewoning. Zo ook in deze situatie. De bewoners behoeven geen voortdurende begeleiding en de begeleiders overnachten niet in het pand, noch houden ze daar kantoor. Dat de bewoners een keuken, woonkamer en natte cel delen, alsmede gezamenlijk eten, maakt dit niet anders. De gemeenschappelijke vertrekken worden eenmaal per week door de huishoudelijke dienst schoongemaakt, terwijl de bewoners hun eigen kamer schoon houden. De bewoners hebben ook twee tot vijf dagdelen per week een dagbesteding buitenshuis, waar zij zelfstandig naar toe gaan. Bovendien maakt het verblijf in de woning ook geen deel uit van een verplicht begeleidings- en behandelingstraject dat is gericht op een beter functioneren tijdens en na afloop van dat verblijf, maar wonen de bewoners in beginsel voor onbepaalde tijd in het pand in Roermond. Daarom is er – gelet op alle omstandigheden – naar het oordeel van de Afdeling geen sprake van bewoning met een overwegend verzorgend karakter, maar van een gebruiksvorm, die is aan te merken als nagenoeg zelfstandige bewoning.(2)

Voetnoten

1
Art. 4 lid 1 Planvoorschriften bij bestemmingsplan "Vrijveld/Lommerveld".
2
ABRvS 19 mei 2010, LJN BM4968.