Zorgverzekeraar is geen bestuursorgaan

De verhouding tussen een zorgverzekeraar en een verzekerde is van privaatrechtelijke aard. Dit is niet anders als deze verhouding mede wordt beheerst door regels van dwingendrechtelijke aard. Een besluit van de zorgverzekeraar kan daarom niet aangevochten worden bij de bestuursrechter.

Een mevrouw, sinds 1997 klant bij IZZ Zorgverzekeraar NV, is onder behandeling bij een psychiater in België. Deze heeft haar het geneesmiddel Vivalan voorgeschreven. Dit middel is niet te koop in Nederland. Bij brief van 22 februari 2006 heeft de zorgverzekeraar de vrouw laten weten de kosten van het geneesmiddel in de periode 31 oktober 2005 tot en met 31 maart 2006 toch te zullen vergoeden. Deze goedkeuring is op 24 april 2006 verlengd tot 31 december 2006. Om het geneesmiddel Vivalan toch langer vergoed te krijgen, heeft de vrouw beroep ingesteld tegen de beslissing van 24 april 2006 bij de sector bestuursrecht van de rechtbank Arnhem. Volgens de zorgverzekeraar is de bestuursrechter echter niet bevoegd, omdat zij geen bestuursorgaan in de zin van artikel 1:1 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht is.

Het bestuursorgaan gedefinieerd

De bestuursrechter kan alleen rechtsbescherming bieden tegen appellabele besluiten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht of handelingen die daarmee gelijk gesteld zijn (vgl. art. 8:1 Awb). Dergelijke besluiten kunnen alleen genomen worden door bestuursorganen (vgl. art. 1:3 lid 1 Awb). Wat dat zijn, staat in de wet gedefinieerd. Een bestuursorgaan is óf een orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld óf een ander persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed. Een orgaan van een rechtspersoon krachtens publiekrecht ingesteld wordt, vanwege de plaats waar zij in de Awb als bestuursorgaan wordt gedefinieerd – art. 1:1 lid 1 sub a Awb –, ook wel a-bestuursorgaan genoemd.  Een ander persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed, wordt aangeduid als b-bestuursorgaan (art. 1:1 lid 1 sub b Awb). Aangezien de brief van 24 april 2006 verzonden is door IZZ Zorgverzekeraar NV – een rechtspersoon die krachtens privaatrecht is opgericht – kan het geen a-bestuursorgaan zijn. Daarom moest de rechtbank onderzoeken of de zorgverzekeraar als b-bestuursorgaan aangemerkt kon worden.

Enig openbaar gezag

Een privaatrechtelijke rechtspersoon kan alleen maar een bestuursorgaan zijn, als hij enig openbaar gezag uitoefent. En dat was volgens de rechtbank Arnhem in deze zaak niet het geval: Verweerder is in deze niet op grond van enig wettelijk voorschrift met enig openbaar gezag bekleed. Uit de jurisprudentie hierover blijkt dat het niet altijd nodig is dat hiervoor een wettelijke grondslag is. Ook bij nauwe betrokkenheid van de overheid kan onder omstandigheden daartoe worden geconcludeerd. In het onderhavige geval is sprake van overheidsbemoeienis in die zin dat aan de zorgverzekeraars een aantal wettelijke verplichtingen is opgelegd waaronder de in artikel 3 van de Zvw geregelde acceptatieplicht. De verhouding tussen enerzijds de zorgverzekeraar en anderzijds de verzekeringnemer of verzekerde is echter van privaatrechtelijke aard. Dat deze verhouding mede wordt beheerst door regels van dwingendrechtelijke aard, maakt niet dat die verhouding een publiekrechtelijk karakter krijgt. De wettelijke regeling brengt niet mee dat sprake is van individuele overheidsbemoeienis met het afsluiten van de contracten tussen verzekerde en verzekeraar. Ook kan niet gezegd worden dat de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport overwegende invloed heeft op het afsluiten en de inhoud van de contracten. De verzekernemer is vrij te kiezen met welke zorgverzekeraar hij een overeenkomst afsluit. De zorgverzekeraar kan niet eenzijdig rechten en verplichtingen voor de verzekerde in het leven roepen. Derhalve kan verweerder niet worden beschouwd als een persoon die met openbaar gezag is bekleed.(1)

Hoger beroep

Tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem is de vrouw in hoger beroep gegaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze heeft op 6 mei 2010 de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Onder verwijzing naar haar uitspraak van 2 december 2009 in zaak nr. 200902078/1/H2, overweegt de Afdeling dat de rechtbank zich terecht onbevoegd heeft verklaard van het beroep kennis te nemen.(2) Voor de vrouw zat er dan ook niets anders op dan een civielrechtelijke procedure te starten tegen haar zorgverzekeraar.

Voetnoten

1
Rb Arnhem 2 maart 2007, LJN BA0940.
2
ABRvS 6 mei 2010, LJN BM4479.