Doktersrecept kan hennepkwekerij niet redden

Een beroep op noodtoestand kan slechts bij hoge uitzondering worden geaccepteerd. Het kweken van biologische cannabis voor eigen medicinaal gebruik – hoe aannemelijk in deze zaak ook – levert geen overmacht op in de zin van een noodtoestand.

Op 2 september 2004 heeft de politie in een woning in Amsterdam meer dan 30 gram hennep gevonden en hasjiesj. De bewoner, tevens verdachte, ontkende de vondst van circa 800 gram hennep niet. Evenmin ontkende hij artikel 3 van de Opiumwet te hebben overtreden. De advocaat van de verdachte heeft de rechter echter verzocht haar cliënt te ontslaan van alle rechtsvervolging, omdat er sprake zou zijn van een noodtoestand.

De beweerde noodtoestand

De verdachte, zijn vrouw en hun schoonzoon gebruikten alle drie cannabis op doktersvoorschrift. Alle drie leden ernstig pijn. Bij verdachte was longkanker gediagnosticieerd en hij heeft een openhartoperatie ondergaan. De pillen die de verdachte van de apotheek kreeg om zijn pijn te bestrijden, bevatte met gammastralen doorstraalde cannabis waarin zich tevens pesticiden konden bevinden. Deze pillen hadden onaangename bijwerkingen. Noch de cannabis uit de coffeeshop, noch die uit de apotheek voldeden aan de hoge kwaliteitseisen die verdachte, gezien zijn ziekte en overtuiging, aan zijn medicinale cannabis stelde. Daarom is de verdachte zelf thuis hennep gaan kweken op biologische basis. Deze zelf gekweekte hennep had een heilzamere werking dan de langs reguliere weg verstrekte middelen om zijn pijn te bestrijden. Volgens de raadsvrouw heeft de verdachte in deze situatie, waar een conflict bestond tussen een maatschappelijk belang bij de naleving van de Opiumwet en een persoonlijk belang bij de bestrijding van de eigen ziekte, ervoor kunnen kiezen de Opiumwet te overtreden.

Geen overmacht

Soms is een handeling die door de wet strafbaar is gesteld, niettemin gerechtvaardigd. Dat doet zich voor als er sprake is van een noodtoestand: een situatie waarin – in het algemeen gesproken – de pleger van het feit, staande voor de noodzaak te kiezen uit onderling strijdige plichten en belangen, de zwaarstwegende heeft laten prevaleren. In gevallen als het onderhavige, waarin de wetgever een bijzondere regeling heeft getroffen voor de afweging van de aan de naleving van de wet verbonden nadelen - in casu in de vorm van de mogelijke verlening van een ontheffing in verband met een geneeskundige toepassing van cannabis - is een beroep op noodtoestand niet zonder meer uitgesloten, maar een dergelijk beroep zal slechts bij hoge uitzondering kunnen worden aanvaard,(1) aldus de Hoge Raad.(2) In het huidige geval heeft het gerechtshof weliswaar de namens de verdachte aan het verweer ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden aannemelijk geacht, maar gemeend dat deze geen overmachtsituatie vormen die voor het aannemen van een noodtoestand noodzakelijk is. Daarbij heeft het gerechtshof onder andere in aanmerking genomen dat de gestelde eigenschappen van de door verdachte geteelde biologische cannabis evenzeer gelden voor de in de woning van verdachte aangetroffen hasjiesj.

Voetnoten

1
Vgl. HR 16 september 2008, LJN BC7938, NJ 2010, 5.
2
HR 18 mei 2010, LJN BK2885.