Nieuwe structuur voor de Raad van State

Op 3 februari 2009 heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel Wijziging van de Wet op de Raad van State in verband met de herstructurering van de Raad van State met algemene stemmen aangenomen.(1) Op 13 april 2010 heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel eveneens met algemene stemmen aangenomen. Hoe ziet de nieuwe structuur van de Raad van State er uit?

De volle raad

Volgens artikel 1, eerste lid, van de nieuwe Wet op de Raad van State zal de Raad van State bestaan uit: de koning – als voorzitter (vgl. art. 74 lid 1 Gw) –, een vice-president en ten hoogste tien leden. Wel bestaat er de mogelijkheid om deze zogenoemde ‘volle raad’ aan te vullen met andere leden van het koninklijk huis (vgl. art. 1 lid 2 en 3). Deze leden van het koninklijk huis hebben echter, evenals de koning, slechts het recht om deel te nemen aan de beraadslaging; zij onthouden zich van stemmen.

Een lid van de Raad van State wordt bij koninklijk besluit voor het leven benoemd (art 2 lid 1). Hij (of zij) wordt benoemd in één van de afdelingen van de Raad van State, dan wel in beide afdelingen (vgl. art 2 lid 3). Om hun taken uit te kunnen voeren, wordt de Raad bijgestaan door een secretaris en het nodige aantal ambtenaren van staat (art. 11).

Twee afdelingen

In de nieuwe Wet op de Raad van State wordt, meer dan nu het geval is, een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de twee belangrijkste taken van de Raad van State: advisering en rechtspraak. Beide taken worden uitgeoefend door een aparte afdeling. Respectievelijk de Afdeling advisering (vgl. hoofdstuk II) en de Afdeling bestuursrechtspraak (vgl. hoofdstuk III).

Staatsraden

Naast de koning, de vice-president en de leden van de Raad van State, kunnen er ook zogenoemde staatsraden benoemd worden in de Raad van State. De staatsraden worden, net als de leden, bij koninklijk besluit voor het leven benoemd (vgl art. 8 lid 1 en 3). Zij beschikken bij de vervulling van hun taak ook over dezelfde bevoegdheden als een lid van de raad (vgl. art. 9).

Zijn er dan helemaal geen verschillen? Jazeker. Een lid van de volle raad is – hoewel de wet daar zoals eerder geschreven niet toe verplicht – in beginsel lid van zowel de Afdeling advisering als ook van de Afdeling bestuursrechtspraak. Voor staatsraden geldt dat zij in principe benoemd worden in een van beide afdeling, maar in voorkomende gevallen kan er sprake zijn van dubbelbenoemingen. Een tweede onderscheid tussen een lid van de Raad van State en een staatsraad is dat de laatste niet alleen voor het leven, maar ook voor een bepaalde tijd van tenminste drie jaar benoemd kan worden; mits de staatsraad niet met rechtspraak wordt belast (vgl. art. 8 lid 3).

Staatsraden in buitengewone dienst

Een staatsraad in buitengewone dienst verschilt van een ‘normale’ staatsraad in die zin dat hij slechts deelneemt aan de werkzaamheden van de Raad van State of van een van zijn afdelingen, voorzover hij daartoe door de vice-president is opgeroepen (art. 10).

Voetnoten

1
EK Vergaderjaar 2009-2010 30 505 nr. A.