VvE kan niet-lid niet binden aan nieuwe bijdrage

Een besluit van de algemene ledenvergadering van de Vereniging van Eigenaren bindt de bungalow-eigenaar die geen lid is van de vereniging niet. De bungalow-eigenaar blijft wel verplicht de jaarlijkse parkbijdrage te betalen.

Bij onderhandse koopovereenkomst met X BV heeft Y op 29 november 2003 een kavel grond met een houten huisje en een parkeerplaats gekocht. De kavel is gelegen op een bungalowpark met 341 huisjes. In de koopovereenkomst is bepaald dat Y een jaarlijkse parkbijdrage zal betalen van €450,-. In de acte van levering bij de koopovereenkomst is te lezen dat deze parkbijdrage ondermeer bedoeld is voor de kosten van onderhoud van wegen, paden en verlichting op het bungalowpark. Daarnaast staat in de acte van levering dat de eigenaar van de bungalow verplicht lid wordt van de Vereniging van Eigenaren (hierna ook: VvE) van het Bungalowpark. X BV heeft al haar rechten en plichten jegens kopers overgedragen aan deze VvE. Eind 2006 heeft Y zijn lidmaatschap van de betreffende Vereniging van Eigenaren echter opgezegd.

infrastructuurbijdrage

Op 21 juni 2008 heeft de algemene ledenvergadering van de Vereniging van Eigenaren besloten dat naast de jaarlijkse parkbijdrage van €450,- ook een infrastructuurbijdrage gevraagd zal worden. Deze laatste bijdrage is voor het jaar 2008 vastgesteld op €300,- per bungalow en in 2009 op €450,- per bungalow. Y heeft de rechter gevraagd dit besluit van de algemene ledenvergadering te vernietigen. De rechtbank Alkmaar heeft dit verzoek op 15 april 2009 afgewezen, omdat Y geen lid meer was van de VvE en dus niet gebonden is aan het besluit ter zake van de verhoging van de bijdrage in de kosten van het bungalowpark.

Het twistpunt

De Vereniging van Eigenaren van het bungalowpark is tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar in hoger beroep gekomen. De vraag die het gerechtshof Amsterdam in hoger beroep heeft moeten beantwoorden is, of de VvE – nu Y zijn lidmaatschap beëindigd heeft – bevoegd is een andere bijdrage in rekening te brengen dan de parkbijdrage.

Geen extra bijdragen

Het gerechtshof oordeelt dat de Vereniging van Eigenaren van het bungalowpark Y geen infrastructuurbijdrage kan vragen. Uitgangspunt is dat [X] B.V. niet méér aan de Vereniging kon overdragen dan waartoe zij zelf jegens [Y] was gerechtigd. De Vereniging heeft onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld op grond waarvan kan worden aangenomen dat uit de koopovereenkomst en/of de akte van levering van 12 december 2003 voortvloeit dat de verkoper naast de daarin genoemde bijdragen ook andere kosten aan [Y] in rekening kon brengen, althans daar redelijkerwijs vanuit mocht gaan. De bewoordingen van de eerder genoemde bepalingen uit de koopovereenkomst en de akte van levering wijzen daar in het geheel niet op, nu daarin al een uitdrukkelijke en uitvoerige regeling wordt gegeven voor de parkbijdrage die bestemd is voor – kort gezegd – de voorzieningen van het bungalowpark, namelijk een betaling van een vast bedrag van € 450,00, welk bedrag vanaf 1 januari 2008 kan worden geïndexeerd.(1)

Notitie

In deze casus oordeelt het gerechtshof dat er geen juridische grondslag is voor de door de Vereniging van Eigenaren van het bungalowpark gevorderde aanvullende bijdrage door Y. In de koopovereenkomst die Y met X BV heeft gesloten zijn zeer duidelijke afspraken gemaakt over de parkbijdrage, maar er is niet in vastgelegd dat een toekomstige Vereniging van Eigenaren zelf nieuwe heffingen zal mogen opleggen. Wel blijft de Vereniging recht houden op de jaarlijkse, door Y te betalen, geïndexeerde parkbijdrage.

Elders op dit weblog is reeds een uitspraak gepubliceerd waarin wordt uitgelegd hoe het kan dat Y – ondanks zijn verplicht lidmaatschap van de Vereniging van Eigenaren – dit lidmaatschap toch al in 2006 heeft kunnen opzeggen.

Voetnoten

1
Gerechtshof Amsterdam 12 januari 2010, LJN BM2999.