Nieuwe feiten tijdens het hoger beroep

In hoger beroep wordt het vonnis van de rechtbank beoordeelt; heeft de rechtbank tot het gegeven oordeel kunnen komen? Nieuwe feiten die pas later bekend worden, worden in hoger beroep in beginsel buiten beschouwing gelaten.

Een mevrouw uit Leiden, die niet meer zo goed ter been was, heeft bij het college van burgemeester en wethouders van haar woonplaats een aanvraag ingediend voor een gehandicaptenparkeerkaart type passagier. Deze aanvraag is afgewezen.

Gehandicaptenparkeerkaart

De grondslag van de gehandicaptenparkeerkaart is te vinden in artikel 49 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (afgekort: BABW) en de hierop gebaseerde ministeriële regeling: de Regeling gehandicaptenparkeerkaart. Een persoon komt volgens deze regeling in aanmerking voor een gehandicaptenparkeerkaart, als deze persoon ten gevolge van een aandoening of gebrek een aantoonbare loopbeperking heeft van langdurige aard, waardoor zij – met de gebruikelijke loophulpmiddelen – in redelijkheid niet in staat zijn zelfstandig een afstand van meer dan 100 meter aan een stuk te voet te overbruggen. Tevens moet de betrokkene voor het vervoer van deur tot deur continu afhankelijk zijn van de hulp van de bestuurder.

Medisch rapport

Conform artikel 2 van de Regeling gehandicaptenparkeerkaart heeft het college van burgemeester en wethouders advies van een arts ingewonnen alvorens over de aanvraag een besluit te nemen. Deze arts, werkzaam bij de GGD Hollands Midden, heeft geconcludeerd dat er geen medische indicatie is om de mevrouw in kwestie een passagierskaart te verstrekken. Weliswaar kan zij maximaal 50 meter te voet afleggen, maar zij is niet continu afhankelijk van de hulp van de bestuurder.

Nieuwe feiten: verslechterde situatie

In hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft appellante er op gewezen dat haar gezondheidstoestand verder is verslechtert. Haar hartklachten zijn verergerd en het medicijngebruik is zeer hoog. Verder heeft zij inmiddels last van zware krampen, waardoor het lopen zeer ernstig wordt bemoeilijkt; zelfs zodanig dat zij continu afhankelijk is van de hulp van de bestuurder. Voor het oordeel in hoger beroep van de bestuursrechter maakt dit echter geen verschil: Voor zover [appellante] betoogt dat zij voor de verlening van een passagierskaart in aanmerking komt nu haar fysieke gesteldheid is verslechterd, in verband waarmee zij in hoger beroep recente medische informatie van het Leids Universitair Medisch Centrum heeft overgelegd, overweegt de Afdeling dat deze omstandigheid niet kan leiden tot gegrondverklaring van het hoger beroep, reeds omdat hier de situatie ten tijde van het bij de rechtbank bestreden besluit ter toets staat.

ABRvS 26 mei 2010, LJN BM5624.

Een goede advocaat zou in casu het hoger beroep niet hebben ingesteld en in plaats daarvan een nieuwe aanvraag hebben ingediend bij het college van burgemeester en wethouders. Wellicht had zij de gehandicaptenparkeerkaart voor passagiers dan wel gekregen.