Rancuneuse buitenfunctiestelling

Bij een vermoeden van ernstig plichtsverzuim, zodat een schorsing geacht mag worden tot de reële mogelijkheden te behoren, kan een ambtenaar tijdelijk buiten functie gesteld worden. Zij het niet te lang.

Een hoofdagent in dienst van de gemeentepolitie te Amsterdam is gedurende enige jaren verbonden geweest aan het bureau Warmoesstraat. In november 1991 verscheen van zijn hand een boek: ‘Sans Rancune’. In dit boek worden, in romanvorm, aan de werkelijkheid ontleende corruptiezaken rond politieambtenaren aan het bureau Warmoesstraat beschreven. Er is dan ook veel media-aandacht voor geweest. In het boek komt tot uitdrukking dat de hoofdpersoon, in wie de hoofdagent zichzelf heeft beschreven, het optreden van de leiding hierin niet steeds adequaat vond en dat de leiding hem te weinig bescherming heeft geboden. Tijdens een televisie-interview op 9 november 1991 heeft de hoofdagent desgevraagd toegegeven met de publicatie van zijn boek het ambtsgeheim te hebben geschonden.

Sancties

Naar aanleiding van de publicatie van het boek, heeft de burgemeester van Amsterdam bij besluit van 10 november 1991 de hoofdagent, tevens auteur, buiten functie gesteld met toepassing van artikel 112 lid 2 van het Ambtenarenreglement voor de gemeentepolitie 1958 (hierna: ARGP). Vier maanden later, 23 september 1992, heeft de burgemeester de auteur in het belang van de dienst geschorst, in verband met het voornemen hem ongeschiktheidsontslag te verlenen (vgl. art. 112 lid 1 sub c ARGP). Bij besluit van 23 februari 1993 heeft de burgemeester de hoofdagent ingaande 1 maart 1993 eervol ontslag verleend wegens ongeschiktheid voor het door hem beklede ambt anders dan op grond van lichaams- of zielsgebreken (AW 93/651/16).

Buitenfunctiestelling mag voor korte duur

De buitenfunctiestelling van een agent kan gebruikt worden in afwachting van een – mogelijke – schorsing. Met name de proloog in het boek en appellants televisie-optreden op 9 november 1991, mochten bij de burgemeester leiden tot het vermoeden van ernstig plichtsverzuim door appellant, zodat een schorsing geacht mocht worden tot de reële mogelijkheden te behoren. Op 26 februari 1992, drie maanden later, heeft de hoofdagent de burgemeester verzocht zijn buitenfunctiestelling op te heffen. Dit is echter niet gedaan. Volgens de Centrale Raad van beroep ten onrechte: De Raad is van oordeel dat de buitenfunctiestelling als geregeld in artikel 112, lid 2, ARGP een maatregel is die is bedoeld voor een korte periode, ten einde bij onverwachte situaties aan het bevoegd gezag de gelegenheid te bieden terstond in te grijpen en te onderzoeken of, met inachtneming van de in artikel 112, lid 1, ARGP neergelegde vereisten, schorsing geboden is. Gelet op de in casu inmiddels verstreken tijdsduur kan de voortzetting van de buitenfunctiestelling in dit geval niet als een juiste toepassing van artikel 112, lid 2, ARGP worden aangemerkt.

Ontslag

De hoofdagent is met succes opgekomen tegen het besluit hem te ontslaan. Wat hiervan zij, van de wijze waarop appellant die tekortkomingen in het korps naar voren heeft gebracht kan naar het oordeel van de Raad niet worden gezegd dat hierdoor het aanzien van de openbare dienst zozeer is geschaad dat haar functioneren in redelijkheid niet meer zou zijn verzekerd, als bedoeld in artikel 125a, lid 1, Ambtenarenwet. (...) Appellants houding in het televisie-interview, en met name zijn volmondige erkenning van de schending van zijn ambtsgeheim alsmede zijn te ver gaande uitlatingen over de vrijheid van een politieman, moet de Raad aanmerken als een presentatie die niet boven kritiek verheven is en die zeker geen navolging verdient. De Raad acht dit evenwel niet van voldoende ernst voor het oordeel dat de goede vervulling van appellants functie of de goede functionering van de openbare dienst, voor zover deze in verband staat met zijn functievervulling, in onaanvaardbare mate aangetast zou zijn.(1)

Notitie

Het boek ‘Sans rancune’ is niet de enige publicatie die in Nederland voor jurisprudentie heeft gezorgd. Eerder hebben de boeken ‘NINA De onweerstaanbare opkomst van een power lady’ al op dit weblog de revue gepasseerd. De hier gepubliceerde zaak speelde echter al veel eerder (1995), al is de uitspraak pas op 28 mei 2010 openbaar gemaakt.

Voetnoten

1
CRvB 2 maart 1995, LJN AK5987.