Een voornemen is geen besluit

Een voornemen een volgende aanvraag af te wijzen is geen besluit, zodat er geen bezwaar tegen kan worden ingediend.

Een mevrouw die in 1936 in het voormalige Nederlands-Indië geboren is, is sinds 1991 op grond van psychische invaliditeit erkend als burger-oorlogsslachtoffer in de zin van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (hierna: WUBO). Van 2003 tot en met 2008 heeft zij jaarlijks een vergoeding van de kosten, verbonden aan begeleiding tijdens vakantie, ontvangen. Eind december 2008 heeft zij een vervolgaanvraag gedaan bij de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad. Deze heeft haar bij besluit van 27 maart 2009 ook een vergoeding toegekend voor de kosten van begeleiding bij vakantie in 2009. In dat besluit schreef de Raadskamer echter ook, dat de vergoeding bij wijze van overgang nog eenmaal is toegekend en dat voor de volgende jaren geen vergoeding meer zal worden verleend.

Niet-ontvankelijk bezwaar

Tegen dit besluit heeft de vrouw een bezwaarschrift ingediend. In dit bezwaar heeft zij er op gewezen dat haar gezondheids-omstandigheden niet zijn gewijzigd en dat zij volgens haar huisarts niet zonder begeleider kan en mag reizen. Dit bezwaar is echter niet-ontvankelijk verklaard, omdat de mededeling van het voornemen in 2010 geen vergoeding meer te verstrekken op zichzelf geen besluit is. De Centrale Raad van Beroep formuleerde het als volgt: De overweging in het besluit van 27 maart 2009 inhoudende dat de vergoeding voor begeleiding bij vakantie na het jaar 2009 niet meer zal worden toegekend betekent naar het oordeel van de Raad niet meer dan het uitspreken van een voornemen, waarvan bij het besluit op een vervolgaanvraag kan worden afgeweken. Naar vaste rechtspraak van de Raad is een dergelijk voornemen niet gericht op enig rechtsgevolg en kan niet worden aangemerkt als een besluit als bedoeld in artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zodat op grond van artikel 7:1 van de Awb het rechtsmiddel van bezwaar niet opstond.(1)

Notitie

Bij het verlenen van een voorziening zoals voor de mevrouw in dit praktijkgeval, gaat de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad uit van een jaarbenadering. Dat wil zeggen dat de betrokkene elk jaar (opnieuw) een aanvraag voor een voorziening kan/moet indienen. Vanuit juridisch oogpunt is deze uitspraak dan ook logisch. Een voornemen is niet gericht op een rechtsgevolg en dus kan er ook geen bezwaar tegen worden gemaakt. Toch levert dat soms ook schrijnende gevallen op, zoals de eigenaar van een woonboot in Amsterdam die zo goed als onverkoopbaar werd door beperkingen van informatieve aard die aan zijn ligplaatsvergunning werden verbonden.

Voetnoten

1
CRvB 20 mei 2010, LJN BM5995.