Beslissing tot opheffen parkeerplaats geen besluit

Voor het opheffen van een parkeerplaats hoeft geen verkeersbesluit te worden genomen. Het betreft slechts een feitelijke handeling, die niet gericht is op een rechtsgevolg, zodat er geen bestuursrechtelijke rechtsbescherming voor open staat.

Een mevrouw heeft het college van burgemeester en wethouders van Boekel gevraagd om met toepassing van bestuursdwang twee parkeerplaatsen
ter hoogte van de Bergstraat 34 en 36 te Boekel op te heffen. Toen het bestuursorgaan na drie maanden nog altijd geen beslissing had genomen op dit verzoek, heeft zij een bezwaarschrift ingediend tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op haar verzoek. Dit bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard.

(G)een besluit

Als iemand bezwaar maakt, dan maakt hij gebruik van de ingevolge een wettelijk voorschrift bestaande bevoegdheid, voorziening tegen een besluit te vragen bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen (vgl. art. 1:5 lid 1 Awb). Er kan dus alleen bezwaar worden gemaakt, als er sprake is van een besluit. Een besluit wordt in de Algemene wet bestuursrecht gedefinieerd als een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Om ook rechtsbescherming mogelijk te maken in situaties waarin een bestuursorgaan schriftelijk weigert een besluit te nemen of zelfs helemaal niets meer van zich laat horen, stelt artikel 6:2 van de Awb (a) de schriftelijke weigering een besluit te nemen, en (b) het niet tijdig nemen van een besluit, wat de rechtsbescherming betreft, met een besluit gelijk.

Feitelijk handelen

In dit geval heeft de mevrouw in essentie om verwijdering van twee parkeerplaatsen verzocht. De beslissing tot het verwijderen van een parkeerplaats is geen publiekrechtelijke rechtshandeling, want het is niet gericht op een rechtsgevolg. Daarom is het ook geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde in hoger beroep dan ook: Het nemen van een verkeersbesluit als bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de Wvw 1994 is echter niet vereist, omdat het verwijderen van de parkeerplaatsen niet leidt tot een beperking of uitbreiding van het aantal categorieën weggebruikers dat van de Bergstraat gebruik kan maken. Het verzoek betreft in dit geval dan ook uitsluitend feitelijk handelen. Daarom kan de brief van het college van 4 november 2008 niet als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb worden aangemerkt, noch als een met een besluit gelijk te stellen handeling als bedoeld in artikel 6:2, aanhef en onder a, van de Awb.(1) Er stond in dit geval dus geen bestuursrechtelijke rechtsbescherming voor deze mevrouw open, zodat haar bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard.

Voetnoten

1
ABRvS 26 mei 2010, LJN BM5625.