Wabo wijzigt rechtsgang

Met de Wabo zijn vergunningen die op grond van de Wet milieubeheer zijn afgegeven nu gelijkgesteld met de omgevingsvergunning. Dat heeft gevolgen voor het systeem van bestuursrechtspraak. Een verzoek om een voorlopige voorziening kan niet langer direct bij de ABRvS worden gevraagd.

Het College van burgemeester en wethouders van Oudewater heeft op 5 oktober 2010 een last onder dwangsom opgelegd wegens het in werking hebben van een inrichting in strijd met de hiervoor op basis van de Wet milieubeheer verleende vergunning van 8 februari 2007. De aangeschreven persoon heeft hiertegen een bezwaarschrift ingediend en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd bij de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ex artikel 8:81 Awb.

Invoeringswet Wabo

Op 1 oktober 2010 zijn de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: de Wabo) en de Invoeringswet Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: de Invoeringswet Wabo) in werking getreden. Volgens artikel 1.6, eerste lid, van de Invoeringswet Wabo blijft voor handhavingsbesluiten die vóór 1 oktober 2010 zijn genomen het op dat tijdstip ten aanzien van een zodanige beschikking geldende recht van toepassing tot het tijdstip waarop de beschikking onherroepelijk wordt. De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State formuleert het in rechtsoverweging 2.3 aldus: Deze bepaling moet naar het oordeel van de voorzitter aldus worden uitgelegd, dat deze op gelijke wijze van toepassing is op een besluit waarbij wordt besloten tot het toepassen van handhavingsmaatregelen, als tot het afwijzen van een daartoe strekkend verzoek. Verder moet er naar het oordeel van de voorzitter van worden uitgegaan dat voor de toepassing van dit artikel de datum waarop het eerste (primaire) besluit over de handhaving wordt genomen, bepalend is.(1)

Concrete toepassing

In dit praktijkgeval betrof het de overtreding van de voorschriften van een vergunning die op basis van de Wet milieubeheer is gegeven. Deze vergunning wordt gelijkgesteld met een omgevingsvergunning (art. 1.2, eerste lid, aanhef en onder e, Invoeringswet Wabo). Was het handhavingsbesluit – de last onder dwangsom – opgelegd op 30 september 2010, dan was het recht zoals dat vóór 1 oktober 2010 luidde van toepassing gebleven. Nu het handhavingsbesluit echter op 5 oktober 2010 is genomen, is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (en daarmee het nieuwe rechtsregime) van toepassing. Dit brengt onder meer met zich mee dat - anders dan onder het voorheen geldende recht - in deze procedure over handhaving van een krachtens de Wet milieubeheer verleende vergunning niet meer rechtstreeks beroep bij de Afdeling kan worden ingesteld. In plaats daarvan dient eerst beroep te worden ingesteld bij de rechtbank op grond van artikel 8:1 jo. 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht. De voorzitter van de Afdeling was derhalve kennelijk onbevoegd om van het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening kennis te nemen en heeft dit verzoek met toepassing van artikel 6:15, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht doorgestuurd naar de bevoegde rechtbank.

Voetnoten

1
Vz ABRvS 30 november 2010, LJN BO6805.