OvJ geeft auto aan een ander

In het oordeel dat teruggave van een auto aan een derde-belanghebbende redelijk en maatschappelijk verantwoord is, ligt besloten dat deze derde redelijkerwijs als rechthebbende van de auto moet worden beschouwd.

Op grond van artikel 94a van het Wetboek van strafvordering zijn in 2007 bij een verdachte twee auto’s conservatoir in beslag genomen; het betreft een BMW type 530d en een Audi. De officier van justitie denkt dat de beslagene geen eigenaar is van deze auto’s. Daarom heeft hij de beslagene op 14 juli 2009 schriftelijk in kennis gesteld van zijn voornemen de beide personenauto’s aan derde-belanghebbenden over te dragen (vgl. art. 116 lid 3 Sv). De beslagene claimt evenwel eigenaar van de inbeslaggenomen wagens te zijn en heeft een klacht ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering ingediend tegen het voornoemde voornemen.

Redelijk en maatschappelijk verantwoord

Ter onderbouwing van zijn klacht heeft de beslagene (hierna: klager) gesteld dat hij een betalingsregeling heeft getroffen met de ‘voormalige’ eigenaren van de auto’s, waarbij de klager de voertuigen in eigendom zou hebben gekregen. Deze stelling is echter niet nader onderbouwd. Volgens de rechtbank Middelburg was overgang van de eigendom van de inbeslaggenomen personenauto’s op de klager daarom niet aannemelijk. Dit in aanmerking genomen, ligt in het oordeel van de Rechtbank dat teruggave van de inbeslaggenomen personenauto BMW aan [betrokkene 1] en van de inbeslaggenomen personenauto Audi aan [betrokkene 2] redelijk en maatschappelijk verantwoord is, besloten dat deze personen naar haar oordeel redelijkerwijs als rechthebbenden van de onderscheidene personenauto’s dienden te worden aangemerkt, aldus de Hoge Raad.(1)

Notitie

In het hier besproken arrest heeft de beslagene op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering een klacht ingediend tegen het voornemen van de officier van justitie om de inbeslaggenomen auto’s aan derde-belanghebbenden terug te geven. Het zevende lid van deze bepaling schrijft voor dat wanneer het gerecht het beklag gegrond acht, het de daarmede overeenkomende last geeft. In beginsel wordt een inbeslaggenomen voorwerp dus teruggegeven aan de beslagene, tenzij de rechter tot het oordeel komt dat een derde redelijkerwijs als rechthebbende moet worden aangemerkt. Uit het bovenstaande arrest blijkt dat de zinsnede redelijk en maatschappelijk verantwoord daaraan uitdrukking kan geven. In 2003 wees de Hoge Raad al eens een arrest waaruit bleek dat, in sommige gevallen, het oordeel dat het niet op het eerste gezicht onredelijk en maatschappelijk onverantwoord is geweest eveneens tot uitdrukking brengt dat de rechter tot het oordeel komt dat een derde redelijkerwijs als rechthebbende moet worden aangemerkt.

Voetnoten

1
HR 7 december 2010, LJN BN9355.