Griffierecht moet in verhouding staan

Perdigão v. Portugal (Zaaknr.: 24768/06)

In het bijzonder bij onteigeningszaken moeten de griffiekosten in een redelijke verhouding staan tot het toe te kennen bedrag ter compensatie van de confiscatie.

Meneer en mevrouw Perdigão bezaten een stuk landbouwgrond in de omgeving van Evora (Portugal). Hun land is in 1995 door de Portugese regering onteigend; die er een snelweg op wilde bouwen. Volgens de Perdigão’s heeft de regering hen daarbij te weinig compensatiegeld geboden. Een langdurige juridische procedure volgde. Uiteindelijk kregen de eigenaren van het stuk land €197.236,25 schadevergoeding toegekend. € 111.816,46 minder dan het griffierecht van meer dan € 300.000,- dat zij de rechtbank in Evora verschuldigd waren voor het beoordelen van hun zaak. Uiteindelijk werd het griffierecht zodanig bijgesteld dat de rechtzoekenden nog ‘slechts’ € 15.000,- hoefden bij te betalen.

Redelijke compensatie

Meneer en mevrouw Perdigão claimden bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg dat hun recht op eigendom, neergelegd in artikel 1 van het eerste protocol van het EVRM, was geschonden, doordat zij meer griffierecht hebben moeten betalen dan het geldbedrag dat zij bij wijze van schadevergoeding voor de onteigening van hun land hebben gekregen. Dat het een onteigeningszaak betreft, is van bijzonder belang voor de beoordeling van een mogelijke inbreuk op het eigendomsrecht. De jurisprudentie van het Hof vereist dat bij de onteigening van eigendom omwille van het publieke belang, de eigenaren een compensatie uitbetaald krijgen die in een redelijke verhouding staat tot de waarde van het geconfisqueerde eigendom (zie Papachelas v. Griekenland (Zaaknr.: 31423/96, § 48).(1) Dat betekent natuurlijk niet dat een lidstaat, wanneer er een juridisch geschil ontstaat over de hoogte van de compensatie die betaald moet worden als grond onteigend wordt, geen griffierechten zou mogen heffen. Evenmin betekent het dat de hoogte van het griffierecht niet gerelateerd mag zijn aan het geclaimde bedrag. Hoe lidstaten griffierecht berekenen is in hoge mate een zaak van de lidstaten, waar het Hof zich buiten wenst te houden. De lidstaten genieten op dit punt een ruime beoordelingsvrijheid (vgl. § 70). Maar het is, aldus het Hof in alinea 71, ook duidelijk dat de bedoelde uitkomst van artikel 1 van het eerste protocol in dit geval niet is bereikt: niet alleen waren de appellanten onteigend van hun land, maar zij moesten daarenboven nog 15.000 euro aan de staat betalen.

Schending van het eigendomsrecht

“Het Hof overweegt dat, bij de beantwoording van de proportionaliteitsvraag, onderscheid gemaakt moet worden tussen deze zaak en zaken waarin griffierecht wordt geheven bij andere privaatrechtelijke geschillen. In de bijzondere omstandigheden van dit geval, lijkt het paradoxaal dat de staat met een hand meer wegneemt – griffierecht – dan het met de ander heeft gegeven.(2) De hoogte van het te betalen griffierecht was weliswaar afhankelijk van het geclaimde bedrag en het bedrag dat de Perdigão’s claimden was fors hoger dan het door deskundigen berekende bedrag, maar dat was – aldus het Hof in alinea 74 – meneer en mevrouw Perdigão niet aan te rekenen. In Portugal was tot 2008 het verschuldigde griffierecht afhankelijk van de hoogte van de ingediende claim. Een van de rechtsvragen die de Portugese rechter is voorgelegd was of rekening gehouden moest worden met de potentiële winst van economische exploitatie van de steenhouwerij die zich op het grondgebied van de appellanten bevond bij de berekening van de compensatie voor de onteigening. In zo’n geval is het denkbaar dat er een (groot) verschil zit tussen de bedragen die partijen als ‘redelijke compensatie’ voor de onteigende grond zien. Hoewel de houding van appellant zeker heeft bijgedragen aan hoge gerechtelijke kosten, is dit onvoldoende reden om het verschuldigde griffierecht zo hoog vast te stellen dat het resultaat een totaal gebrek aan compensatie is, in het bijzonder waar het een onteigeningszaak betreft.(3) Daarbij speelt ook mee dat sinds 24 februari 2008 in Portugal een nieuw systeem is ingevoerd om griffierechten te berekenen, waarbij een maximum is gesteld aan het verschuldigde griffierecht. Onder het huidig recht zou het verschuldigde griffierecht aanmerkelijk lager zijn geweest.

Voetnoten

1
EHRM 16 november 2010, Zaaknr. 24768/06 (Perdigão v. Portugal).
2
§ 72.
3
§ 74.