Het verzamelen van kinderporno uit gewoonte

Wie in een periode duizenden kinderpornografische multimediabestanden heeft verzameld en gecategoriseerd, heeft een gewoonte gemaakt van het verzamelen van kinderporno.

Deze maand zijn op dit weblog al twee bijdragen gepubliceerd over kinderporno. In de eerste bijdrage is ingegaan op de vraag wanneer er sprake is van een afbeelding met een minderjarige is afgebeeld. Het bezit van kinderporno is in Nederland verboden op grond van artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht. De maximale gevangenisstraf die plegers van dit misdrijf opgelegd kan worden, is hoger als van het plegen van dit misdrijf een beroep of gewoonte wordt gemaakt. De maximale gevangenisstraf is in een dergelijk geval acht in plaats van vier jaren. Dit roept evenwel de volgende vraag op: hoe bewijs je dat iemand een beroep of gewoonte heeft gemaakt van het verzamelen van kinderporno?

Een praktijkvoorbeeld

Op 25 november 2008 heeft het Gerechtshof Arnhem een man uit Nijmegen veroordeeld voor het plegen van het misdrijf omschreven in artikel 240b, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht: het beroepsmatig of uit gewoonte verzamelen van kinderporno. De man had in de periode 1 juni 2004 tot en met 3 april 2007 in totaal 41.213 multimediabestanden – foto’s en filmfragmenten van seksuele gedragingen, waarbij de betrokken personen kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt – opgeslagen op twee harde schijven en talrijke CD-ROM’s en DVD’s. In het proces-verbaal dat één van de agenten tijdens de huiszoeking bij de man had opgemaakt, schreef de dienstdoende agent: Gezien de hoeveelheden en de accuratesse waarmee gewerkt werd om dit geheel in series dan wel thema’s te verzamelen moet de verdachte hier geruime tijd, in ieder geval langer dan 1 jaar mee bezig zijn geweest. De verdachte ontkende niet dat hij kinderporno had verzameld. Hij stelde evenwel een artikel te willen schrijven over de door hem gehanteerde, en voor de politie nog onbekende wijze, waarop via internet kosteloos aan kinderporno kan worden gekomen. Het artikel is evenwel nooit geschreven. Er is zelfs nooit een begin mee gemaakt, omdat de man arbeidsongeschikt raakte.

Verzamelen uit gewoonte

De man uit Nijmegen is tegen zijn veroordeling in cassatie gegaan. In cassatie heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het Hof kennelijk en niet onbegrijpelijk uit de gebezigde bewijsmiddelen afgeleid dat de verdachte gedurende de bewezenverklaarde periode van bijna drie jaren telkens afbeeldingen en films heeft gedownload (...) en dat hij aldus zijn bezit van die afbeeldingen en gegevensdragers in de loop van die periode heeft uitgebreid en aangevuld tot een verzameling die ongeveer 41.213 kinderpornografische multimediafiles bevat. Daarvan uitgaande heeft het Hof kunnen oordelen dat de verdachte van in bezit hebben van die afbeeldingen en gegevensdragers als bedoeld in art. 240b Sr “een gewoonte heeft gemaakt” in de zin van het tweede lid van die bepaling.(1)

Voetnoten

1
HR 7 december 2010, LJN BN8215. Ro. 2.4.