Toetsingskader samenstelling en vorming strafdossier

Het is de taak en verantwoordelijkheid van de officier van justitie een procesdossier samen te stellen. Bij de samenstelling van dit dossier is leidend, dat daarin alle stukken worden gevoegd; hetzij in voor de verdachte belastende, hetzij in voor hem ontlastende zin.

Op 25 oktober 2010 heeft het gerechtshof Amsterdam een arrest gewezen in een zaak van een jongen die meisjes onder (dreiging met) geweld dwong zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met derden tegen betaling; een zogenoemde loverboy. Voorts werd de jongen er van verdacht zich bezig te houden met mensenhandel. De reden om een bijdrage te schrijven over dit vonnis is evenwel niet de casuspositie zelf, maar de discussie die in de rechtzaal heeft plaatsgevonden over dossiervorming en in het bijzonder de verstrekking van verslagen van afgeluisterde en opgenomen telefoongesprekken – zogenoemde tapverslagen – aan de verdachte.

Voorgeschiedenis

Om de discussie over de omvang van het strafdossier inzichtelijk te maken, is het belangrijk eerst stil te staan bij de strafzaak zoals die eerder door de rechtbank Alkmaar is behandeld. Eind 2007 heeft de rechtbank de officier van justitie bevolen de stukken, waarvan zij eerder had beslist dat de kennisneming daarvan aan de verdediging mocht worden onthouden, alsnog aan het procesdossier toe te voegen (art. 30 lid 2 jo. 32 Sv). Het betrof onder meer de tapverslagen en op audio(visuele) gegevensdragers vastgelegde verhoren van zeven getuigen. Daarbij overwoog de rechter: De rechtbank heeft bij deze beslissing aangetekend dat zij die gegevensdragers niet aanmerkt als onderdeel van het strafdossier.

Een jaar later ontstond er wederom discussie over de vraag welke stukken in het procesdossier opgenomen moesten worden. De officier van justitie meende dat het procesdossier volledig was. Alles wat in de ogen van het openbaar ministerie van belang is, is verstrekt. De rechtbank ging hier evenwel niet mee akkoord. Naar het oordeel van de rechtbank dient de discussie of stukken wel of niet relevant zijn gevoerd te worden op het moment dat de strafzaak inhoudelijk zal worden behandeld. De rechtbank draagt de officier van justitie dan ook nadrukkelijk op alle stukken die betrekking hebben op het onderzoek Sierra aan het dossier toe te voegen.

Strafdossier: onderzoeksdossier en procesdossier

Bij een volgende zitting bleek de dienstdoende officier van justitie echter geenszins genegen de opdracht van de rechtbank, om alle stukken die betrekking hebben op het onderzoek te verstrekken, uit te voeren. Het procesdossier wordt onder regie van het openbaar ministerie samengesteld uit de door de politie aangeleverde stukken. Het procesdossier vormt de basis voor de vervolging. (...) U zult erop moeten vertrouwen dat de officier van justitie hierin de juiste keuzes maakt. Ik kan niet concreet aangeven waarom in deze zaak stukken buiten het procesdossier zijn gebleven. U heeft het procesdossier. Daarnaast zijn er stukken die u niet heeft en die naar het oordeel van het openbaar ministerie niet relevant zijn. Op uw vraag of ik weiger deze nadere stukken over te leggen is het antwoord: ja. (...) Op uw vraag waarom ik niet aan uw verzoek kan voldoen antwoord ik dat ik daarin geen inzicht kan geven. Ik kan voorts geen inzicht geven in de inhoud van de stukken die ik niet zal overleggen. Met deze verklaring maakt de officier van justitie een onderscheid tussen het twee verschillende typen dossiers: het onderzoeksdossier en het procesdossier. Het onderzoeksdossier vormt de basis van het door het openbaar ministerie ingestelde onderzoek in een zaak, terwijl het procesdossier alleen die stukken bevat die het openbaar ministerie relevant acht voor de ingestelde vervolging. De term strafdossier zou als overkoepelende term kunnen dienen.

Eind 2009 eindigde de hele exersitie in een niet-ontvankelijkverklaring van de officier van justitie. De rechtbank vond dat de officier van justitie een ernstige inbreuk op de beginselen van een goede procesorde had gemaakt door stukken – met name drie ordners met tapverslagen – achter te houden. Ook zou de officier van justitie de rechtbank hebben misleid.

Samenstelling van het procesdossier

Onder verwijzing naar enkele uitspraken van de Hoge Raad, merkt het gerechtshof Amsterdam in hoger beroep over de samenstelling van het procesdossier het volgende op. “In het dossier dienen te worden gevoegd stukken die redelijkerwijze van belang kunnen zijn hetzij in voor de verdachte belastende hetzij in voor hem ontlastende zin. Het voorgaande neemt niet weg dat de rechter hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van de verdediging dan wel op vordering van het openbaar ministerie alsnog de toevoeging van bepaalde stukken kan gelasten (vgl. LJN:AB9820, Hoge Raad, 7 mei 1996; LJN:ZD0618, Hoge Raad, 21 januari 1997; LJN: AB1517, Hoge Raad, 8 mei 2001). Het niet of te laat toevoegen van stukken aan het dossier kan onder omstandigheden een schending van beginselen van een behoorlijke procesorde opleveren (vgl. LJN:AC7668, Hoge Raad, 22 juni 1982; LJN:ZD1451, 16 november 1999), terwijl de weigering van het openbaar ministerie tot het opvolgen van een tot voeging van stukken strekkend rechterlijk bevel – met gevolg dat de controlerende functie van de rechter wordt geblokkeerd – onder omstandigheden leidt tot het verval van het recht tot strafvervolging.(1)

Koude soep

Uiteindelijk bleken de drie geheimzinnige ordners om de inhoud waarvan zoveel te doen is gweest, niets meer te bevatten dan tapverslagen die reeds in het procesdossier waren opgenomen. Het gerechtshof achtte de weigering van de officier van justitie om meergenoemde drie ordners over te leggen, dan wel ten minste ter kennisneming aan de rechtbank en de verdediging aan te bieden, weliswaar laakbaar, maar verbond aan die weigering geen consequenties.

De opdracht van de rechtbank om alle stukken die betrekking hebben op het onderzoek Sierra aan het dossier toe te voegen ging volgens het gerechtshof ook veel te ver. [H]et hof is van oordeel dat het bevel tot het overleggen van alle stukken die betrekking hebben op het onderzoek Sierra het eerder in dit arrest door het hof weergegeven juridisch kader en de daaraan te ontlenen systematiek miskent. Immers, als uitgangspunt geldt dat het de taak en verantwoordelijkheid van het openbaar ministerie is het strafdossier samen te stellen, waarbij leidend dient te zijn dat daarin alle stukken worden gevoegd hetzij in voor de verdachte belastende, hetzij in voor hem ontlastende zin. (...) Daarbij komt, dat het bevel naar letter en strekking zodanig ruim en algemeen is geformuleerd dat niet goed valt in te zien hoe daaraan een behoorlijke uitvoering kan worden gegeven.

Voetnoten

1
Hof Amsterdam 25 oktober 2010, LJN BO1660.