Nieuwe feiten, opnieuw horen

Als na het horen op bezwaar een rapport beschikbaar komt waarin de criteria staan op basis waarvan iemand een gebiedsontzegging heeft gekregen, dan moet deze persoon opnieuw gehoord worden teneinde die criteria, of zijn plaatsing op de lijst van personen die een gebiedsontzegging krijgen, aan te kunnen vechten.

De burgemeester van Nijmegen, Thom De Graaf (D66), heeft een persoon op 23 september 2008 een verblijfsontzegging gegeven. De betrokkene mocht gedurende twee weken niet in een aangewezen gebied rond winkelcentrum Meijhorst te Nijmegen komen. De bevoegdheid tot het opleggen van een dergelijke verblijfsontzegging ontleende de burgemeester aan artikel 2.4.1 van de Algemene Plaatselijke Verordening van Nijmegen.

Art. 2.4.1. APV Nijmegen
Het is degenen aan wie dit door of namens de burgemeester in het belang van de openbare orde of zedelijkheid is bekendgemaakt, verboden zich anders dan in een openbaar middel van vervoer te bevinden op of aan door de burgemeester aangewezen wegen en plaatsen gedurende de uren daarbij genoemd. Dit verbod geldt gedurende de in de bekendmaking genoemde periode van ten hoogste
twaalf weken.

Een gemotiveerde beslissing

Volgens bijlage 3a bij de Algemene Plaatselijke Verordening van Nijmegen moet degene die een verblijfsverbod krijgt opgelegd bij de bekendmaking van het verblijfsverbod eenduidig worden aangegeven op grond van welke feiten hij de bekendmaking ontvangt. Deze motivering was in de onderhavige casus niet feilloos, want bij de onderbouwing van de nieuwe beslissing op bezwaar – de Rechtbank Arnhem had de eerste op 1 december 2009 vernietigd – verwees de burgemeester naar een politierapport van de politie Gelderland-Zuid van 16 april 2010. In dit rapport stond dat een groep jongeren verantwoordelijk was voor aanhoudende en ernstige verstoring van de openbare orde rond het winkelcentrum. Uit het bedrijfsprocessensysteem van de politie was gebleken dat ook de jongeman die een gebiedsontzegging heeft gekregen aan dit groepsoptreden heeft deelgenomen. Omdat de acute situatie na het weekeinde van 20 en 21 september direct ingrijpen vereiste, bestond echter geen tijd om per individu die op de lijst van 56 namen van hangjongeren voorkwam de mate van betrokkenheid te beoordelen.

Politierapport en hoorplicht

De betrokken jongeman, die een gebiedsontzetting opgelegd had gekregen, meende dat er wederrechtelijk was gehandeld doordat hij pas na de ontvangst van het besluit op de hoogte is gekomen van de inhoud van dat rapport. Tijdens de op 13 april 2010 gehouden hoorzitting – die aan de beslissing op bezwaar vooraf ging – heeft hij slechts kunnen reageren op de in het bedrijfsprocessensysteem over hem opgenomen informatie, zoals die in een aan hem toegezonden brief van de politie Gelderland-Zuid van 8 maart 2010 opgenomen was. In hoger beroep kreeg hij van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State gelijk: Ingevolge artikel 7:9 van de Awb wordt, wanneer na het horen aan het bestuursorgaan feiten of omstandigheden bekend worden die voor de op het bezwaar te nemen beslissing van aanmerkelijk belang kunnen zijn, dit aan belanghebbenden meegedeeld en worden zij in de gelegenheid gesteld daarover te worden gehoord. Het rapport van 16 april 2010 dient te worden aangemerkt als een feit dat voor de op het bezwaar te nemen beslissing van aanmerkelijk belang kon zijn. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat in dit rapport wordt uiteengezet hoe de lijst van 56 personen tot stand is gekomen, hetgeen van belang is voor de vraag die partijen verdeeld houdt, te weten of [wederpartij] terecht op deze lijst is geplaatst. Nu [wederpartij] niet over het rapport is gehoord, is het besluit op bezwaar in strijd met artikel 7:9 van de Awb tot stand gekomen.(1)

Notitie

Na het horen ex art. 7:2 Awb is een politierapport vastgesteld waarin een lijst met jongeren is opgenomen die in aanmerking komen voor een gebiedsontzetting. In dit rapport staan ook de criteria die zijn gebruikt bij het samenstellen van deze lijst. De betrokken jongeman meent dat hij ten onrechte op deze lijst staat. Daarom moet het rapport als een feit of omstandigheid worden beschouwd dat voor de op het bezwaar te nemen beslissing van aanmerkelijk belang kan zijn in de zin van artikel 7:9 van de Algemene wet bestuursrecht en had de jongeman in de gelegenheid gesteld moeten worden opnieuw te worden gehoord.

Voetnoten

1
ABRvS 15 december 2010, LJN BO7344.