Afkorting A.C.A.B. niet van algemene bekendheid

Indien niet zonder meer duidelijk is of het gaat om een algemeen bekend gegeven, behoort de rechter dat gegeven aan de orde te stellen bij de behandeling van de zaak op de terechtzitting.

Op 20 februari 2009 heeft het Gerechtshof ’s-Gravenhage een vonnis gewezen waarin een jongeman een geldboete van 200 euro kreeg opgelegd.(1) De jongeman kreeg de boete voor het door middel van een feitelijkheid – het zichtbaar dragen van een bomberjack met daarop de opdruk A.C.A.B. – beledigen van een ambtenaar in functie. Volgens het gerechtshof is het een feit van algemene bekendheid dat de afkorting A.C.A.B. staat voor All Cops Are Bastards; of in het Nederlands: Alle smerissen zijn schoften. Dat wist de jongeman, hetgeen hij ter zitting ook heeft bekend, en dat wist de verbalisant die zich beledigd voelde.

Feiten van algemene bekendheid

Volgens artikel 338 van het Wetboek van Strafvordering mag de rechter alleen aannemen dat de verdachte het hem ten lastengelegde feit heeft begaan, als hij daarvan overtuigd is geraakt door de op de terechtzitting gepresenteerde bewijsmiddelen. Een dergelijk bewijsmiddel kan bestaan uit verklaringen van de verdachte, verklaringen van getuigen, verklaringen van deskundigen, schriftelijke bescheiden, maar ook uit eigen waarneming van de rechter tijdens het onderzoek ter terechtzitting (art. 339 lid 1 Sv). Als het ten lastengelegde niet bewezen kan worden, dan volgt vrijspraak. Alleen feiten of omstandigheden van algemene bekendheid behoeven niet bewezen te worden. Dat het ’s nachts buiten donker is, is een feit van algemene bekendheid dat niet bewezen hoeft te worden. Andere voorbeelden zijn: ijs is koud, water is nat en melk is vloeibaar.

Wanneer is iets algemeen bekend?

De verdachte heeft cassatie ingesteld tegen de hierboven aangehaalde uitspraak van het Gerechtshof ’s-Gravenhage. Eén van de rechtsvragen die hij de Hoge Raad voorlegde was of het gerechtshof de betekenis van de afkorting A.C.A.B.. met recht heeft gekwalificeerd als een feit van algemene bekendheid. De Hoge Raad overwoog hieromtrent in rechtsoverweging 3.2.2 het volgende: Geen rechtsregel dwingt de rechter ertoe een algemeen bekend gegeven bij het onderzoek op de terechtzitting ter sprake te brengen. Indien echter niet zonder meer duidelijk is of het gaat om een algemeen bekend gegeven, behoort de rechter dat gegeven aan de orde te stellen bij de behandeling van de zaak op de terechtzitting. Aldus wordt voorkomen dat hij zijn beslissing doet steunen op mededelingen of waarnemingen die hem buiten het geding ter kennis zijn gekomen en waarvan de overige bij het geding betrokkenen onkundig zijn gebleven, zodat zij niet in staat zijn geweest zich daarover uit te laten. Indien bij dat onderzoek op de terechtzitting vervolgens het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt wordt ingenomen dat en waarom het gegeven niet van algemene bekendheid is, zal de rechter in geval van afwijking van dat standpunt in zijn uitspraak op de voet van art. 359, tweede lid, Sv de redenen dienen op te geven die daartoe hebben geleid.(2) Voorts merkt de Hoge Raad op dat bij de beoordeling of iets een feit van algemene bekendheid is, alleen de vraag of het een feit dat in Nederland van algemene bekendheid is, beantwoord moet worden. Dat iedere inwoner van de Verenigde Staten weet dat 4 juli daar Independence Day is, maakt dit nog niet tot een in Nederland algemeen bekend feit. Volgens de cassatierechter blijkt uit het arrest van het Hof dat het haar niet zonder meer duidelijk was of de betekenis van de afkorting een feit van algemene bekendheid was. De zaak is dan ook terugverwezen naar het gerechtshof te ’s-Gravenhage, alwaar de rechters opnieuw uitspraak zullen moeten doen.

Voetnoten

1
Hof ’s-Gravenhage 20 februari 2009, LJN BH3651.
2
HR 11 januari 2011, LJN BP0291.