Voorzienbare planschade komt niet voor vergoeding in aanmerking

Bij de aankoop van onroerend goed moet de koper zich goed laten informeren over mogelijke wijzigingen in het bestemmingsplan. Want schade die de koper voorzien lijdt, komt niet voor vergoeding in aanmerking. Ook niet als de taxateur van het onroerend goed de koper niet van de wijziging in kennis heeft gesteld.

De Minister van Verkeer en Waterstaat (thans: Minister van Infrastructuur en Milieu) heeft op 3 maart 1995 het tracé voor de Rijksweg A73-Zuid vastgesteld. De A73-Zuid loopt van Maastricht via Beesel naar Venlo. Op 4 oktober 1999 is het voorontwerp van het bestemmingsplan Rijksweg 73-Zuid ter inzage gelegd. Op 29 december van datzelfde jaar hebben appellanten het in Reuver (gemeente Beesel) gelegen familiebedrijf dat, na het overlijden van hun vader door hun moeder geëxploiteerd werd, gekocht. De aanleg van de snelweg leidt evenwel tot schade voor dit bloemkwekersbedrijf en de kleinhandel in bloemen en planten. Daarom dienen appellanten bij het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Beesel een verzoek in tot het vergoeden van (een deel van) de schade die zij lijden als gevolg van de aanleg van de nieuwe snelweg.(1) Het College wil deze zogenoemde planschade evenwel niet vergoeden, omdat de schade die appellanten lopen voorzienbaar was ten tijde van het aankopen van het familiebedrijf.

Voorzienbare schade

Wanneer iemand een onroerende zaak heeft, bijvoorbeeld een bloemkwekersbedrijf, en als gevolg van een wijziging in het bestemmingsplan schade lijdt of zal lijden, bijvoorbeeld vanwege een vermindering van inkomsten uit de onroerende zaak of een vermindering van de waarde van de onroerende zaak zelf, kan diegene het college van burgemeester en wethouders verzoeken een deel van deze schade te vergoeden. Een dergelijke compensatie noemen we een planschadevergoeding. Niet alle schade hoeft door het bestuursorgaan vergoed te worden. Schade die onder het normale maatschappelijke risico valt, hoeft ingevolge artikel 6.2 Wet ruimtelijke ordening niet vergoed te worden. En wie zelf onroerend goed aankoopt nadat een (voorontwerp van) een bestemmingsplan is gepubliceerd, neemt daarbij de geplande wijziging voor lief en heeft dus later ook geen recht meer op planschadevergoeding. In zo’n geval is de schade voorzienbaar.

Familiaire samenwerkingsconstructie

In hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, stellen de appellanten dat de voorzienbaarheid van de schade in dit geval hen niet aangerekend zou moeten worden. Het betreft hier immers een familiebedrijf, dat eerder door hun ouders is geëxploiteerd, en waarin één van hen al sinds 1994 op deeltijd basis werkzaam was. De gekozen samenwerkingsconstructie leek, aldus appellanten, op die van een maatschap. Bij de Afdeling hield dit argument evenwel geen stand: [Appellanten] hebben weliswaar gesteld dat sprake was van een familiebedrijf en van een samenwerkingsconstructie die gelijk kon worden gesteld met samenwerking in een maatschap, maar dit laat onverlet dat zij met de voor hen nadelige planologische wijziging ten tijde van de aankoop van het perceel en het bedrijf rekening hadden kunnen houden.

Taxateur

Om de waarde van het familiebedrijf te bepalen hebben de appellanten destijds een taxateur ingeschakeld. Deze taxateur heeft hen niets verteld over de gevolgen die de aanleg van de A73 voor hun bedrijf zou hebben. Voor fouten van de taxateur hoeft het college van burgemeester en wethouders echter niet te bloeden. Voor zover zij zich bij het bepalen van het aankoopbedrag hebben laten adviseren door een taxateur, wordt overwogen dat het door de taxateur gegeven advies voor hun risico komt.(2)

Voetnoten

1
In casu is dit verzoek gedaan op basis van artikel 49 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening. Op het moment van schrijven (maart 2011) is deze bevoegdheid terug te vinden in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening.
2
ABRvS 2 maart 2011, LJN BP6333.