Redelijke wetstoepassing bij klaagschriften

Wanneer een rechter constateert dat sinds de indiening van een klaagschrift de desbetreffende voorwerpen bij inmiddels uitvoerbare beslissing zijn verbeurdverklaard of onttrokken aan het verkeer, moet hij het klaagschrift lezen als ware het daar tegen gericht.

De politie heeft twee verdachten aangehouden. Bij één van de verdachten is op 13 december 2006 een geldbedrag van € 148.700,– in beslag genomen. Een derde (hierna: verzoeker) heeft de rechtbank gevraagd (ex art. 552a Sv) dit beslag op te heffen en hem het geldbedrag terug te geven. Daartoe stelde hij dat het in beslag genomen geld hem toebehoort. Dit beklag is evenwel door de rechtbank ontvangen twee dagen nadat de politierechter het geldbedrag verbeurd heeft verklaard. De rechtbank te Middelburg heeft de verzoeker daarom niet-ontvankelijk verklaard.

Wijziging van klaagschrift

In cassatie heeft de Hoge Raad uitgemaakt dat een schriftelijk beklag over inbeslagneming in een situatie als de onderhavige gelezen moet worden als een schriftelijk beklag over verbeurdverklaring van het in beslag genomen goed als bedoeld in artikel 552b Sv. Redelijke wetstoepassing brengt mee dat, indien het gerecht dat bevoegd is tot afdoening van een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv constateert dat sedert de indiening daarvan de desbetreffende voorwerpen bij inmiddels uitvoerbare beslissing zijn verbeurdverklaard of onttrokken aan het verkeer, dit klaagschrift moet worden opgevat als een klaagschrift als bedoeld in art. 552b Sv. Indien evenbedoeld gerecht, gelet op het tweede lid van dat artikel, niet bevoegd is tot behandeling van het aldus opgevatte klaagschrift dient het te bepalen dat de griffier de stukken zal zenden naar het tot die behandeling wel bevoegde gerecht (vgl. HR 23 november 1993, NJ 1994/263).(1)

Voetnoten

1
HR 19 april 2011 LJN BM0781.