Huisverbod: grondslag niet in dagvaarding

Wie het huisverbod schendt, schendt artikel 11 van de Wet tijdelijk huisverbod. De termijn waarvoor het huisverbod is opgelegd hoeft in de dagvaarding niet genoemd te worden.

Een huisverbod is een besluit waarin staat dat iemand onmiddellijk een bepaalde woning voor een bepaalde periode moet verlaten en alle contacten met hen die in deze woning wonen moet verbreken (vgl. art. 1, onderdeel 2, Wet tijdelijk huisverbod). De bevoegdheid tot het opleggen van een huisverbod is door de wet toegekend aan de burgemeester (art. 2 Wet tijdelijk huisverbod). De bevoegdheid is niet ongeclausuleerd. De burgemeester kan alleen een huisverbod opleggen als uit feiten of omstandigheden blijkt dat de aanwezigheid van een meerderjarig persoon in een woning (vermoedelijk) een ernstig en onmiddellijk gevaar oplevert voor de veiligheid van één of meer personen die met hem in de woning wonen of daarin anders dan incidenteel verblijven. Als degene die een huisverbod opgelegd heeft gekregen dit verbod niet naleeft, pleegt hij een misdrijf waarop maximaal twee jaar gevangenisstraf staat (art. 11 Wet tijdelijk huisverbod).

Eisen aan de dagvaarding

Op 15 april 2011 heeft het gerechtshof Amsterdam de vraag beantwoord of, ingeval iemand zich niet aan het huisverbod gehouden heeft, uit de dagvaarding ex art. 11 Wet tijdelijk huisverbod ook moet blijken wanneer het huisverbod is gegeven en voor welke duur. Immers, de burgemeester kan een huisverbod slechts voor een bepaalde tijd en maximaal vier weken opleggen (vgl. art. 2, vierde lid, onderdeel a, jo. art. 9, eerste lid, Wet tijdelijk huisverbod) en als die termijn verstreken is, dan geldt het huisverbod niet meer. De rechter stelt vooralsnog evenwel niet zo’n ‘strenge’ eis aan de dagvaarding. Aan het vereiste, gesteld in artikel 261 van het Wetboek van Stafvordering, dat de dagvaarding tijd en plaats vermeldt van het ten laste gelegde, evenals het wettelijk voorschrift waarbij het feit strafbaar is gesteld, is voldaan (voor wat betreft het te vermelden wetsartikel: zie hierna onder strafbaarheid van het bewezenverklaarde). Ook is de tekst van de dagvaarding voldoende duidelijk en uit de wijze waarop de verdachte daartegen is opgekomen blijkt dat hij de inhoud ervan heeft begrepen.(1)

Notitie

Het huisverbod is een mengvorm van bestuursrecht en strafrecht. Het huisverbod zelf is een beschikking in de zin van artikel 1:3, tweede lid, Awb, maar – anders dan in het bestuursrecht gebruikelijk is – kan een belanghebbende er geen bezwaar tegen maken of beroep tegen instellen bij de bestuursrechter (art. 6 Wet tijdelijk huisverbod). Wel kan hij een voorlopige voorziening vragen (art. 6, tweede lid, Wet tijdelijk huisverbod jo. 8:81 Awb), maar de handhaving geschiedt verder langs strafrechtelijke weg.

Voetnoten

1
Hof Amsterdam 15 april 2011, LJN BQ1716.